Archief van
Categorie: Blog 2016

Respect Yourself

Respect Yourself

If you disrespect anybody that you run in to
How in the world do you think anybody’s s’posed to respect you
The Staple Singers – Respect Yourself Lyrics | MetroLyrics

De wandeltocht die we lopen heeft een donkere rand. Donkerder dan de intens grijze klei van het Groningerland waar we onder een stralende zon lopen.

“Wat denk je? Is dit Parkinson of komt het door de alcohol?”.

Een man van rond de 50 jaar staat voor mijn vrouw met een trillende hand, een grijns op zijn gezicht. Zojuist zijn ze een brug opgelopen om het Reitdiep over te steken. Ze leunt op de brugleuning en kijkt over de al wat lager staande zon boven het water. De man is naast haar komen staan. Er kan maar één reden zijn waarom hij over Parkinson begint. De door de vereniging geschonken shirts waarin we allemaal lopen trekken de aandacht. Om haar heen staan een aantal van onze medewandelaars verbaasd te kijken en te luisteren. Niemand grijpt in.

“Hoe bedoel je?” zegt mijn vrouw en verbouwereerd gaat ze vervolgens een gesprek over Parkinson aan. Die gesprekken hebben we allemaal onderweg regelmatig omdat we in shirts van de Parkinsonvereniging lopen en vragen krijgen. Zonder verder op zijn opmerking in te gaan geeft ze informatie aan de man die op deze vreemde wijze het gesprek begint. Het onderonsje van mijn vrouw ontgaat me omdat ik door een plaspauze honderd meter achter loop. Aan het eind van het korte gesprek krijgt mijn vrouw nog een bemoediging mee.

“Ach, een pilletje erin en klaar is Kees”.

De man groet nog even kort en vervolgt de tocht om weer bij zijn eigen groep aan te sluiten voordat ik op de brug ben.

“Wat knap dat je zo reageerde en hem niet een klap in zijn gezicht gaf. Respect hoor!”

Verschillende lopers die mee hebben geluisterd complimenteren haar. Op dat moment begint ze pas te beseffen dat dit wel heel erg vreemd was. Vreemd? Kwetsend! Respectloos!. En dat hij dan net het gesprek met ‘de vrouw van’ aanknoopt.

Zonder dat er wordt overlegd valt er een stilzwijgend collectief besluit om mij niet op de hoogte te stellen. Het moet tenslotte gezellig blijven. Zonder fysiek helemaal kapot te gaan lopen we aan het eind van de middag over de finish onder het luid gejuich en applaus van duizenden fans. Dat die uit de geluidsinstallatie naast de eindstreep komt maakt het voor ons niet minder leuk. Voldaan en met alleen blaren lopen we het complex op de campus weer binnen waar we die morgen ook zijn gestart.

Net als vorig jaar gaan we zitten met een kopje soep en een voorverpakt broodje van de organisatie. De temperatuur is buiten en binnen heerlijk. Ik doe de groep een voorstel voor het vervoer naar huis waarbij we rekening houden met de startplaats van de volgende dag en ga ook zitten te eten. Moe maar voldaan.

En toch… er is iets. Mijn voelsprieten merken een verandering van de sfeer op. Het is minimaal en ik krijg er geen grip op. Zonder te beseffen wat ik hoor merk ik opeens dat er aan tafel iets wordt besproken wat niet voor mij bedoeld is.

“Wat is belachelijk?” vraag ik.

“Ach, niets bijzonders” zegt mijn vrouw. Ik merk dat de gesprekken aan ons deel van de tafel stil valt wat me nog meer reden geeft om door te vragen. Geen geheimen alsjeblieft! Ik zaag de tafelgenoten rondom mij door tot een van de poten het begeeft. En dan gaat het mis. Daar waar mijn hersenen sowieso al niet meer honderd procent functioneren ontstaat sluiting. Het valt niet op, ik blijf normaal functioneren. Toch wordt ik van binnen een andere persoonlijkheid.

Binnen in mij begint het te koken, woede. Pure woede laait in mij op. Aan mij is niet te zien hoe ik van binnen kook. “Hoe durft hij jou zo te kwetsen?” weet ik er nog uit te brengen als het verhaal in delen door verschillende personen wordt verteld. Dat doet me pijn en maakt me woest. Dat ze mijn vriendinnetje zo hebben behandeld! Niemand ziet wat er binnen in mij groeit. Het respect voor mijn vrouw na haar reactie op de bewuste opmerking was terecht. Ik voelde dat ik dat respect die middag niet zou verdienen.

Integendeel!

“Zit hij hier in de zaal? zeg ik in het algemeen zonder mijn gevoelens te uiten. Ik reken erop dat niemand weet waar hij zit. Tussen de vijfhonderd tot duizend mensen zal hij toch wel niet te vinden zijn? “Daar zit hij, ik liep net langs hem.” wordt er gezegd terwijl een uitgestoken vinger naar de ander kant van de zaal wijst. We komen dus langs hem als we naar de uitgang lopen, denk ik. Ik schuif mijn stoel naar achteren en hang mijn rugzak over een schouder. In niet mis te verstane taal vraag ik wie er meegaat om hem “één op zijn bek te beuken”.

Het komt er als cynische humor uit dus niemand neemt me serieus. En ze hebben gelijk, zo ben ik niet. Maar mijn tong kan af en toe vlijmscherp zijn. Zonder dat iemand het doorheeft ben ik hem aan het slijpen. Hij wordt zo scherp dat ik mezelf er mee kan verwonden. Maar dat zie en voel ik niet meer. Mijn woede drukt mijn opvoeding, mijn gezond verstand en mijn christelijke overtuiging ergens ver weg in een hoekje.

Vergeving is een niet bestaand woord op dat moment. Degene die de man van verre weet aan te wijzen volgt me op de voet als ik rustig naar hem toe loop. Niemand ziet wat er in mij leeft. En bijna niemand krijgt mee wat er dan gebeurt. Voor iedereen buiten gehoorsafstand lijkt het alsof ik een bekende begroet. Er zijn dus maar enkelen die horen wat ik ga zeggen.

“Is dat hem?” vraag ik nog even voor de zekerheid. Zodra de bevestigende knik mij zekerheid geeft loop ik met uitgestoken hand naar de man die met twee vrienden aan een tafel zit. Verbaasd steekt hij zijn hand uit die ik stevig vast pak en niet meer loslaat tot ik uitgesproken ben. Ik geef hem geen tijd om iets te kunnen zeggen en steek gelijk van wal. Mijn hand trilt zo erg dat zijn arm meebeweegt. Niet door de Parkinson maar bewust om mijn verhaal extra dramatisch te maken. Hij kijkt me verbaasd aan maar trekt zijn hand die ik vasthoudt niet terug

“Hoi, ik ben Jan Kwant en ik heb Parkinson.” Zijn verbazing wordt nog groter en is van zijn gezicht af te lezen. “Jij hebt net met een flauwe grap mijn vrouw gekwetst en daardoor ook mij. Ik weet niet waarom je het hebt gedaan en ik weet niet of je het nog steeds leuk vind.”

Ik krijg geen andere reactie dan alleen verbazing. De duizend mensen om mij heen zijn er niet, in elk geval niet in mijn hoofd. Het geroezemoes klinkt wel ergens maar speelt geen rol in mijn momentum. Ik rond mijn korte gesprek met hem af met een opmerking vanuit zoveel woede en zo respectloos naar hem dat ik het niet herhaal.

Na een vriendschappelijk klopje op zijn schouder laat ik zijn hand los loop weg. Ik kijk niet om en hoor geen reactie. Mijn bloed, adrenaline en wat er maar rondgepompt wordt in mijn lichaam giert door mijn hoofd. Druk, woede, allerlei emoties houden mij in hun greep. Ik voel me een bom testosteron. Zo, wie aan mijn vriendinnetje komt…

“Was dat nou nodig, hoe moet hij zich wel voelen?” is haar eerste reactie. Zij zaait het eerste beetje twijfel en spijt. Een half uur lang houdt ik vol dat ik inderdaad hoop dat hij er erg veel last van heeft. Sommige medewandelaars kijken me aan zonder iets hardop af te keuren. Geen reactie is vaak nog duidelijker. Anderen complimenteren me met de wraakactie. Op de parkeerplaats sla ik in twee minuten twee borrels achterover. Dat ik nog rijden moet komt niet bij me op en niemand die me daar op durft te wijzen. In de auto naast mijn vrouw begint het te knagen.

“Die laatste zin had ik nooit mogen zeggen…” Het valt stil. De spijt groeit langzaam maar zonder ophouden. Wat anderen ook zeggen om mijn reactie goed te praten, het helpt niet. “Ik heb spijt en schaam me diep! Velen zullen het in dit geval geen probleem vinden wat ik heb gezegd maar het past zó niet bij mij dat ik me er wel voor schaam.. ‘s Avonds als we thuis zijn zit ik samen met mijn vrouw voor de kachel en een wijntje erbij geef ik toe dat ik zoveel liever het gesprek was aangegaan. Gewoon vragen “Waarom?”.

Ook richting de groep schaam ik me. Ik begin om half elf die avond nog te typen in de groepsapp.

‘Was inderdaad een prachtige dag met prachtige mensen. Jammer van die man en baal achteraf vreselijk van mijn reactie. Had het gesprek moeten aangaan maar heb me door mijn boosheid laten leiden. Als ik hem morgen zie zal ik alsnog het gesprek aangaan en mijn excuus aanbieden voor mijn laatste zin’.

Die avond en een groot deel van de volgende morgen is voor mij de lol eraf. De hele dag, vijfentwintig kilometer lang loop ik met een extra pakketje in mijn rugzak. Steeds probeer ik de man die ik heb aangesproken weer te vinden. In de loop van de dag weet ik het plezier terug te vinden en kan ik nog genieten. Toch hoop ik dat ik hem weer zie, om te praten. Gewoon sorry zeggen en de vraag stellen waarom hij dat zo heeft gedaan. Als ik kan leven met zijn uitleg of zijn sorry zal hij mijn boek cadeau krijgen dat ik de hele dag voor hem meedraag.

We zien hem niet.

Onderweg komen we mijn schoonouders tegen die ons staan op te wachten om ons een hart onder de riem steken. Bij de finish worden we verwelkomd door onze twee jongste kinderen, mijn oudste zoon en mijn ouders. Fijn dat ze er zijn en de moeite hebben genomen om op fiets of met de auto helemaal naar Zoutkamp te rijden Stamppot hoef ik daar niet. Een paar biertjes en dan op sokken met daarin de open geprikte blaren naar de auto.

De Tocht om de Noord.

Heb jij hem ook gelopen dit jaar op zaterdag? Ben jij de persoon die ik bedoel? Sorry! Echt! Ik hoop dat het je goed gaat en dat je ondanks mij toch een mooie tocht hebt gelopen. Als je wilt, laat wat van je horen. Het boek dat ik bij me had en onderweg wat beschadigd is ligt nog steeds klaar. Uiteraard wil ik ook graag horen waarom je die opmerkingen naar mijn vrouw maakte.

Ben je het niet maar ken je iemand die dit verhaal ook verteld en dan vanuit de andere kant, doe me een plezier en wijs hem op dit verhaal.

Ik heb de week na de tocht nog steeds jeuk. Overal. Tussen mijn oren maar ook op mijn hart.

Misschien dat die jeuk nog wel vervelender is. Het duurt in elk geval langer.

If you disrespect anybody that you run in to

How in the world do you think anybody’s s’posed to respect you

The Staple Singers – Respect Yourself Lyrics | MetroLyrics

Beschuit met jam

Beschuit met jam

“Ik heb tijdens de vergadering zojuist met moeite mijn trouwring afgekregen, moet je mijn handen eens zien”. Ik laat mijn opgezwollen handen aan mijn collega zien die, zoals gewoonlijk als we samen op pad zijn, achter het stuur zit van de personeelsbus van de brandweer.
Hij kijkt verbaasd en constateert dat mijn handen meer op die van iemand met een ernstige ziekte lijken. Langzamerhand verspreid de jeuk zich naar andere plekken op mijn lichaam. Grote witte bulten, variërend van een kleine centimeter tot tien centimeter groot verschijnen op steeds verschillende plekken en ze jeuken! Jeuken!
Thuis gekomen probeer ik me in te houden om niet het meidenuitje van mijn vrouw te verpesten. Ze is druk bezig om haar tas voor drie dagen overleven in de Ardennen in te pakken. Halverwege komt ze erachter dat ze een nog grotere tas nodig heeft en wordt alles overgepakt in de rode megasporttas. Ik probeer zoveel mogelijk te assisteren maar besluit rond tien uur ‘s avonds om de geleende dakkoffer nog op onze auto te monteren. Zonder al te zielig te doen laat ik mijn handen zien. Daarna ook mijn rug met van die grote witte plekken. We bespreken het en komen samen tot de conclusie dat ik wel eens plotseling allergisch voor Diclofenac kan zijn geworden.
De Diclofenac slik ik al maanden om de pijn van een hernia te onderdrukken. Ik heb steeds minder vaak pijn maar moet het komende weekend vijftig kilometer wandelen. Vijfentwintig op zaterdag en vijfentwintig op zondag. Om te voorkomen dat ik de door vrienden georganiseerde sponsortocht voor de Parkinsonvereniging niet kan volbrengen heb ik alvast de dosis verhoogt. Net zoveel als in mei door de neuroloog was voorgeschreven. Van een overdosis is dus geen sprake.
Ik slaap slecht maar houdt me groot als ik weer uit bed kom en ga samen met mijn vrouw nog even naar de neuroloog.

Het wordt een vast ritueel. We gaan te laat weg, ik stap dus voor de hoofdingang van het ziekenhuis uit en meld me bij het loket aan de gele route nummer zes. Intussen parkeert mijn vrouw de auto. We worden er geroutineerd in om op die manier toch niet te laat te komen.

“Mijnheer Kwant” horen we een bekende stem achter onze rug roepen. Mijn neuroloog kijkt de wachtruimte in en steekt zijn hand uit. Ik begroet hem en neem plaats op de welbekende stoel in het nog steeds te kleine kamertje. Ook mijn vrouw neemt haar vaste plaats in. Op een of andere manier voelt het minder beklemmend als anderhalf jaar geleden. Alles schijnt te wennen. Ik kom vanmorgen niet specifiek voor de Parkinson maar vooral voor mijn hernia. We mogen de gemaakte scans zien en op het aanbod om ze uit te printen geven we aan daar geen belang bij te hebben. Ook bij het tweede en derde aanbod bedanken we. Blijkbaar hebben anderen dergelijke foto’s als trofee aan de muur hangen. Voor mij is het weer een lichaamsdeel wat niet naar behoren weet te functioneren en daar hoef ik geen aandenken aan. De allergie voor Diclofenac wordt onmiddellijk bevestigd na het bekijken van de geïrriteerde plekken op mijn lichaam. Het dilemma blijft hetzelfde blijkt in het gesprek. Het wordt niet erger maar gaat ook niet over. Wortelblokkade of operatie? Ik stel een besluit weer drie weken uit. Uiteraard moet de allergie voor het medicijn wel in het computersysteem van het gefuseerde ziekenhuis worden ingevoerd.
“Het is ook zo onlogisch, zo gebruiksonvriendelijk en er zitten nog zoveel foutjes in” horen we de neuroloog zachtjes mopperen als hij dit wil vastleggen in mijn digitale dossier. Met meer interesse in ICT dan een gemiddelde Nederlander wil ik me er wel even mee bemoeien. Ik leun voorover naar het scherm dat aan de andere zijde van de tafel staat. Het beeldscherm is gericht op de neuroloog en daardoor niet goed te zien voor mij. Mijn eigen dossier staat ervoor dus ik ben zo brutaal om een vinger onder de rand van het scherm te steken en deze iets naar mij toe te draaien.
“Misschien moet je even op dat plusje klikken” zeg ik. “Dat heb ik al gedaan en dat werkt niet” is het antwoord. Eigenwijs als ik ben vraag ik hem om het nog eens te proberen. Het blijkt toch te werken. “Ja, en nu dan? Het klopt niet want ik vind de stof niet waarvoor je allergisch bent”. Weer kijk ik even mee en vraag hem om in het dropdown menu de keuze ‘niet medicijn gerelateerde allergie’ te veranderen in ‘medicijn gerelateerde allergie’. Zowaar, er verschijnt een lijst met werkzame stoffen waaronder datgene wat ik nooit meer mag slikken. De keuze wordt gemaakt. Intussen kijken mijn vrouw en ik elkaar lachend aan. Na de juiste keus verschijnt in het beeld een nieuw blanco vakje. “Nee hè, wat moet ik nu dan weer” wordt er verbaasd gemompeld. Mijn vrouw die al enige tijd grijnzend meekijkt kan zich niet langer inhouden. Met veel te veel nadruk, iets te hard en duidelijk articulerend zegt ze maar één woord “TY-PEN”. Terwijl ik haar lachend aankijk hoor ik dat de toetsen geluid maken en dat de boodschap dus is overgekomen.
Toch vertrouwen we hem tot nu toe volledig ook al is het computerprogramma niet zijn hobby. Het scheelt ook dat hij altijd de tijd neemt om onze vragen te beantwoorden, ook als er in de wachtkamer nog patiënten op hun beurt wachten.

Mijn net uitgegeven boek is blijkbaar een gespreksonderwerp in het ziekenhuis en komt dus ook aan de orde. Ondanks dat de neuroloog aangeeft privé en zakelijk gescheiden te willen houden en wil voorkomen dat hij teveel betrokken raakt bij patiënten zegt hij het wel te willen lezen en er in de volgende afspraak op terug te komen. Uiteraard ben ik benieuwd wat hij van de passages vindt waarin hij zelf een rol speelt. Een ding is zeker, vandaag heeft hij zich onbewust een plaats verworven in een eventueel tweede deel.

Als we thuis zijn nemen we nog een kop koffie en zwaai ik mijn vrouw voor drie dagen uit.
Vanaf dat moment kan ik toegeven aan de allergische reactie en voel me gelijk ziek.
Bij het eten zijn we toch nog met z’n vieren omdat een vriendje van de dochters wil blijven eten.

Als ik op de bank ga liggen nadat de kinderen op bed zijn gebracht val ik als een blok in slaap. Daardoor mis ik de kans om te reageren op de appjes die mijn vrouw laat die avond stuurt. Ik ga als ik wakker wordt, stijf en met pijn in mijn nek door de ongelukkige houding naar bed met de laptop om te schrijven.

Ik heb zelfs jeuk in mijn oren. Ik lig in bed onder het witte dekbed met rozen.
Alleen en ziek.
En mijn handen, ik kan niet stoppen met krabben,schuren en wrijven. De palmen van mijn handen jeuken zo dat ik geen twee letters achter elkaar kan typen. Het voelt alsof mijn handen en onderarmen continu in een hele dicht bos brandnetels hangen. Eruit halen lukt niet. Degene die de uitspraak heeft gedaan “soms is jeuk erger dan pijn” heeft wel een punt al zijn hier ook vast weer uitzonderingen op.
Alleen zijn heeft nog een nadeel op dit moment. Om een of andere reden krijg ik ook jeuk op plaatsen waar ik niet bij kan. Mijn rug vooral. En er is niemand om te krabben.
Godfried Bomans had daar een theorie over. Op de vraag waarom jeuk zo vaak op plaatsen zit waar je zelf niet kunt krabben stelde hij dat daar dezelfde wetmatigheid geld als die bij een vallend beschuitje met jam. Een beschuitje met jam valt altijd met de kant waar hij belegd is op de grond. Waarom dat dan weer zo was wist hij ook niet. Ik moet er aan denken maar meer dan een korte glimlach levert het niet op.

De donderdag en vrijdag werk ik thuis omdat er nog een projectje klaar moet voor volgende week. Ik haal op donderdag de nieuwe medicatie voor de hernia. Na de toelichting in de apotheek en nadat ik de bijsluiter heb gelezen vind ik het wel goed. Tramadol, twee weken niet autorijden en geen alcohol. Hoewel ik beide niet extreem veel doe, kan of wil ik geen van beide missen. Ik besluit daarom voor wat mijn hernia betreft voorlopig maar even medicinaal te vasten.

De Tocht om de Noord komende zaterdag doe ik wel op paracetamol. Parkinson houdt me niet tegen en mijn hernia dus ook niet.

Ik zal in mijn leven wel meer geluk hebben dan Bomans. Mijn beschuitjes vallen bijna altijd met de besmeerde kant naar boven op de grond. Af en toe valt er één verkeerd. Ook die pakken we op en draaien we om zodat er nog iets van te maken is. Gewoon even leegmaken en opnieuw besmeren.
Het kost wat meer tijd en duurt soms langer dan je wilt maar daarna kun je er toch weer van genieten.

Deze is voor jou

Deze is voor jou

Traag trekt er lichte mist over het podium. We zitten op de tweede rij met rood beklede stoelen in het kleine intieme theater. Om ons heen verwachtingsvolle gezichten met hier en daar mensen die het duidelijk te warm hebben. De stoelen staan in rijen van tien als een tribune richting de achterzijde van de zaal. Met een bijzondere vorm van spanning zit ik naast mijn vrouw en een vriendin van ons. Zij zijn beide gekleed voor een avondje uit. Ik zit er in een korte spijkerboek met een gebloemd t-shirt en teenslippers. Buiten koelt het na een dag waarop het ruim dertig graden Celsius was maar langzaam af. Mijn keus voor de kleding die ik draag is praktisch gezien de beste. Tegelijk ben ik trots op mijn vrouw die er weer oogverblindend uitziet in haar zwarte jurkje met witte stippen. We hopen dat het de reis van twee uren, die niet al te soepel verlopen is, waard zal zijn.

 

“We hebben nog ruim een uur” zeg ik tegen mijn vrouw. Ze kijkt verbaasd en zegt: “Het is tien over vijf hoor”. Ik kijk nog eens op de klok en kom tot het besef dat ik heel relaxed de tijd heb laten lopen omdat ik me een uur vergiste. In twintig minuten moeten de kinderen douchen en wij eten opwarmen en naar binnen werken om op tijd in de auto te kunnen zitten. Om half negen’s avonds begint de voorstelling in Utrecht, voor ons is dat twee uur rijden. Als we uiteindelijk een kwartier te laat vertrekken komen we er na een paar minuten al achter dat we de entreebewijzen zijn vergeten. Dan zijn rotondes wel handig. Als we voor de tweede keer zijn vertrokken bedenk ik me na ruim vijf minuten dat ik mijn medicijnen ben vergeten. Na anderhalf jaar lukt het me nog niet ze altijd op tijd in te nemen. Vrijwel dagelijks vergeet ik het één van de drie momenten. Tot nu toe loopt dat steeds goed af. Vandaag zou dat anders gaan.

Door onze snelheid te verhogen proberen we de verloren tijd in te halen. Met de auto kun je die poging wagen. Met het leven is dat heel anders. We zijn halverwege de reis en denken intussen ruim op tijd te zijn om nog rustig een parkeerplaats in de buurt van het theater te zoeken. Dan horen we plotseling een oorverdovende knal gevolgd door het geluid van blikjes die achter de auto aangesleept worden. We zijn al wat langer getrouwd dus het moet iets anders zijn. Uiteraard is er nu geen vluchtstrook langs de snelweg. Mijn vrouw die rijdt, steekt na een paar honderd meter de eerste beste pechhaven in. Ik stap uit terwijl de auto’s met 130 kilometer per uur aan mij voorbij razen. De voorbijrazende voertuigen maken we bewust van de snelheid die we zelf altijd minimaal rijden. Ik loop als de enige man, die doet alsof hij verstand van autotechniek heeft naar de achterzijde waar het geluid zojuist vandaan kwam. Mijn vermoeden wordt bevestigd als ik achter de auto, aan een laatste stukje rubber een deel van onze uitlaat zie hangen. Hoewel het qua buitentemperatuur niet echt nodig is ben ik blij met de wollen handschoen die sinds de winter in een vakje van de deur is blijven liggen. Het losse deel van de uitlaat is verrekte heet en we hebben geen tijd om te wachten tot het is afgekoeld. Eerst probeer ik op een nette manier de rubberen ophanging los te wurmen maar binnen een minuut geef ik het op. Ik ben te ongeduldig door de tijdsdruk en besluit het op een adequate manier op te lossen. Drie forse rukken aan het losse stuk uitlaat en ik sta met het afgebroken deel in de handen langs de A28. Netjes leg ik het stuk oud ijzer achter in de auto maar tegelijk voel ik hoe heet het nog is. Om te voorkomen dat we over een aantal kilometers door onze brandweercollega’s geholpen moeten worden en lopend onze weg moeten vervolgen besluit ik hem aan Rijkswaterstaat te schenken. Netjes, zonder hem nog verder te beschadigen, leg ik de achterdemper onder de vangrail in het gras. Al met al heeft deze hele actie ons drie minuten vertraging opgeleverd. Dat is voor de planning nog geen probleem. Wel hebben we nu het gevoel dat we als boeren op een ronkende tractor de grote stad in gaan. Onze binnenkomst in Utrecht is in elk geval oorverdovend. Op tijd komen is nu prioriteit, wat anderen van ons vinden maakt niet zoveel uit. Het advies per whats app om een petje scheef op te zetten en naar links in de stoel te gaan hangen laat me breed grijnzen. Gelukkig maakt het lawaai voor de oudere man die in de volkswijk voor zijn huis zit niet uit. Hij redt ons door uit te leggen dat ‘de wijk geknipt’ is en dat bijna alles doodloopt. Met andere woorden, parkeren en verder lopen.

Naast het concert van Matthijn Buwalda beluisteren heb ik nog een missie. Het allereerste boek met de titel ‘Maar als het donker wordt’, en het enige boek in mijn bezit, wil ik aan hem overhandigen. Met een persoonlijke boodschap voorin. Hij is de inspiratiebron van de titel van mijn eerste boek en ik wil hem bedanken voor zijn liedjes. Natuurlijk willen we ook foto’s maken, publiciteit zijn we ook niet vies van.

In de zaal is het tijdens de voorstelling warm. Zelfs als je heel stil op de toch ruime stoelen zit voel je de warmte van je buurman. Op het podium is het niet uit houden voor de artiesten. Ik herken me in het verhaal van de zanger hoe spannend het is om nieuwe liedjes aan een publiek te laten horen. Ik heb dat gevoel elke keer weer als ik iets publiceer.

Het nummer samen met Stef Bos is wonderschoon qua tekst. Zingend beschrijven ze vanuit hun eigen perspectief het ‘geloof’ in, ja in voor beide iets anders. En toch zingen ze samen eenzelfde refrein. Je hoeft met verschillende standpunten niet tegenover elkaar te staan. Door samen de overeenkomsten uit te dragen en ruimte te geven voor de verschillen ontstaat er iets moois als ‘Lichtjes in de mist’.

‘De mist van het mysterie

is het mooiste in het dal

de kern is onbereikbaar

en toch is ze overal

En net als ik denk te weten

blijkt dat ik me heb vergist

we zwerven tot we thuis zijn’

We zwerven langs lichtjes in de mist

(Lichtjes in de mist – Stef Bos, Henk Pool en Matthijn Buwalda)

Ik ben niet jaloers maar vind het woordenspel geweldig mooi en hoop dat er ooit zulke teksten mijn typende vingers zullen verlaten. Of beter dat mijn hersenen het op kunnen brengen deze taal te spreken.

Bij het nummer ‘Een sprong in het diepe’ denk ik nog even terug aan het inhalen van de tijd onderweg.

Met de auto heb je een kans, in het leven niet.

Soms moet je leren leven met de tijd waarin het niet ging zoals je wilde. Wie heeft er in het leven geen periodes gehad waar je achteraf niet de hoofdprijs voor verdiend. Of zelfs geen troostprijs. Misschien dat daardoor sommige mensen niet meer geloven wat je tegen ze zegt.

Die tijd is niet meer in te halen. Dan kun je of blijven hangen in de brokstukken van toen, of een sprong naar het opnieuw geloven wagen. Of zoals wij onderweg meemaakten, je kunt de uitlaat in de berm gooien en doorgaan of niet verder durven omdat de herrie je oren overdonderd.

Wij hebben er voor gekozen de brokstukken op te ruimen en om door te gaan. Een concert is een beter vooruitzicht dan langs de snelweg blijven wachten ook al betekent het dat we door iedereen vreemd worden aangekeken. Het kan zijn dat je de sprong in het diepe wilt wagen maar niet durft omdat het water waar je naar kijkt te smerig is. Laat dan alles uit het zwembad lopen en vul het met schoon water. Dat besluit moet jezelf nemen en uitvoeren. Mopperen op degene die het water vervuilde maakt het niet schoner. Neem het besluit om met nieuw water de sprong met open ogen te wagen. Je zult zien dat er dan zelfs onder water zicht is.

Ik kan nog jaren blijven kijken naar de brokstukken van toen

Ik kan wat fout ging overpeinzen terwijl ik steeds iets slechter slaap

Of ik waag de sprong in het diepe met mijn ogen open

Een stap die me uitdaagt om weer te geloven

‘t Is spannend, het is eng

maar sinds wanneer is dat een reden om iets niet te doen?

(Sprong in het diepe, Matthijn Buwalda)

Na de voorstelling loop ik zenuwachtig met een biertje door de foyer. Matthijn Buwalda is met verschillende mensen in gesprek, signeert cd’s en gaat zo nu en dan met fan’s op de foto.

Ik wacht op moment dat het wat rustiger wordt maar dat duurt langer dan ik denk, mijn bier is intussen op en ik moet even roken buiten. Regelmatig kijk ik even naar binnen om te controleren of hij niet weg is. Dat zou jammer zijn, helemaal omdat in het enige boek dat er is een persoonlijke boodschap voor hem geschreven staat. Die kan ik moeilijk nog aan iemand anders geven of verkopen.

“Hoi Matthijn, je hoeft voor mij niks te signeren of te schrijven. Dat heb ik al voor jou gedaan”. De laatste mensen zijn bij de cd-tafel weg en ik ben op hem toegelopen. Gespannen om een broekie van vierendertig. “We hebben elkaar in Groningen al eens ontmoet en daarna wat gemaild…” zeg ik voor ik me verder voorstel. “Ja, ik herken je. Jij bent degene die me er op wees dat ‘Knipoog uit de hemel’ niet op You-tube stond” is zijn reactie. Verwonderd neemt hij na mijn uitleg het eerste boek in ontvangst. Voor mij een bijzonder mooi moment met een bijzonder mooi mens. Uiteraard maken we net als de vorige keer een groeps-selfie. Een keer gewoon kijken en daarna met ‘gekken bekken’. Hij, en wij, zijn er gek genoeg voor.

Raakt je rug de muur, sluit de nacht je in

Kun je nergens heen dan er tegenin

Je draagt het niet alleen

(Je draagt het niet alleen, Matthijn Buwalda)

“Kun jij het overnemen? Ik denk niet dat het nog verantwoord is dat ik door rijdt”. Het laatste half uur van de terugreis is door mijn gebrek aan dopamine of de dopamine vervangers niet verstandig. Maar ook ik hoef het niet alleen te dragen, daar is onze auto ook te zwaar voor. Mijn vriendinnetje kan de verantwoordelijkheid van de besturing van ons ronkende voertuig wel dragen.

Mooi als er mensen zijn die om je heen staan en laten blijken dat ze van je houden.

Ik hou ook van hen.

En voor wie aan mijn woorden twijfelt, ook dat is geen probleem

Je hoeft heus niet altijd naar begrip te streven

want onbegrepen is iets anders dan niet goed.

En het is niet zo erg je hart zo af en toe te sluiten

(Matthijn Buwalda, Deze is voor jou)

Maar onthoudt voor later, je kunt me geloven!

Mocht je dat voorlopig niet lukken….

Deze is voor jou!

?>