Archief van
Maand: september 2016

Deze is voor jou

Deze is voor jou

Traag trekt er lichte mist over het podium. We zitten op de tweede rij met rood beklede stoelen in het kleine intieme theater. Om ons heen verwachtingsvolle gezichten met hier en daar mensen die het duidelijk te warm hebben. De stoelen staan in rijen van tien als een tribune richting de achterzijde van de zaal. Met een bijzondere vorm van spanning zit ik naast mijn vrouw en een vriendin van ons. Zij zijn beide gekleed voor een avondje uit. Ik zit er in een korte spijkerboek met een gebloemd t-shirt en teenslippers. Buiten koelt het na een dag waarop het ruim dertig graden Celsius was maar langzaam af. Mijn keus voor de kleding die ik draag is praktisch gezien de beste. Tegelijk ben ik trots op mijn vrouw die er weer oogverblindend uitziet in haar zwarte jurkje met witte stippen. We hopen dat het de reis van twee uren, die niet al te soepel verlopen is, waard zal zijn.

 

“We hebben nog ruim een uur” zeg ik tegen mijn vrouw. Ze kijkt verbaasd en zegt: “Het is tien over vijf hoor”. Ik kijk nog eens op de klok en kom tot het besef dat ik heel relaxed de tijd heb laten lopen omdat ik me een uur vergiste. In twintig minuten moeten de kinderen douchen en wij eten opwarmen en naar binnen werken om op tijd in de auto te kunnen zitten. Om half negen’s avonds begint de voorstelling in Utrecht, voor ons is dat twee uur rijden. Als we uiteindelijk een kwartier te laat vertrekken komen we er na een paar minuten al achter dat we de entreebewijzen zijn vergeten. Dan zijn rotondes wel handig. Als we voor de tweede keer zijn vertrokken bedenk ik me na ruim vijf minuten dat ik mijn medicijnen ben vergeten. Na anderhalf jaar lukt het me nog niet ze altijd op tijd in te nemen. Vrijwel dagelijks vergeet ik het één van de drie momenten. Tot nu toe loopt dat steeds goed af. Vandaag zou dat anders gaan.

Door onze snelheid te verhogen proberen we de verloren tijd in te halen. Met de auto kun je die poging wagen. Met het leven is dat heel anders. We zijn halverwege de reis en denken intussen ruim op tijd te zijn om nog rustig een parkeerplaats in de buurt van het theater te zoeken. Dan horen we plotseling een oorverdovende knal gevolgd door het geluid van blikjes die achter de auto aangesleept worden. We zijn al wat langer getrouwd dus het moet iets anders zijn. Uiteraard is er nu geen vluchtstrook langs de snelweg. Mijn vrouw die rijdt, steekt na een paar honderd meter de eerste beste pechhaven in. Ik stap uit terwijl de auto’s met 130 kilometer per uur aan mij voorbij razen. De voorbijrazende voertuigen maken we bewust van de snelheid die we zelf altijd minimaal rijden. Ik loop als de enige man, die doet alsof hij verstand van autotechniek heeft naar de achterzijde waar het geluid zojuist vandaan kwam. Mijn vermoeden wordt bevestigd als ik achter de auto, aan een laatste stukje rubber een deel van onze uitlaat zie hangen. Hoewel het qua buitentemperatuur niet echt nodig is ben ik blij met de wollen handschoen die sinds de winter in een vakje van de deur is blijven liggen. Het losse deel van de uitlaat is verrekte heet en we hebben geen tijd om te wachten tot het is afgekoeld. Eerst probeer ik op een nette manier de rubberen ophanging los te wurmen maar binnen een minuut geef ik het op. Ik ben te ongeduldig door de tijdsdruk en besluit het op een adequate manier op te lossen. Drie forse rukken aan het losse stuk uitlaat en ik sta met het afgebroken deel in de handen langs de A28. Netjes leg ik het stuk oud ijzer achter in de auto maar tegelijk voel ik hoe heet het nog is. Om te voorkomen dat we over een aantal kilometers door onze brandweercollega’s geholpen moeten worden en lopend onze weg moeten vervolgen besluit ik hem aan Rijkswaterstaat te schenken. Netjes, zonder hem nog verder te beschadigen, leg ik de achterdemper onder de vangrail in het gras. Al met al heeft deze hele actie ons drie minuten vertraging opgeleverd. Dat is voor de planning nog geen probleem. Wel hebben we nu het gevoel dat we als boeren op een ronkende tractor de grote stad in gaan. Onze binnenkomst in Utrecht is in elk geval oorverdovend. Op tijd komen is nu prioriteit, wat anderen van ons vinden maakt niet zoveel uit. Het advies per whats app om een petje scheef op te zetten en naar links in de stoel te gaan hangen laat me breed grijnzen. Gelukkig maakt het lawaai voor de oudere man die in de volkswijk voor zijn huis zit niet uit. Hij redt ons door uit te leggen dat ‘de wijk geknipt’ is en dat bijna alles doodloopt. Met andere woorden, parkeren en verder lopen.

Naast het concert van Matthijn Buwalda beluisteren heb ik nog een missie. Het allereerste boek met de titel ‘Maar als het donker wordt’, en het enige boek in mijn bezit, wil ik aan hem overhandigen. Met een persoonlijke boodschap voorin. Hij is de inspiratiebron van de titel van mijn eerste boek en ik wil hem bedanken voor zijn liedjes. Natuurlijk willen we ook foto’s maken, publiciteit zijn we ook niet vies van.

In de zaal is het tijdens de voorstelling warm. Zelfs als je heel stil op de toch ruime stoelen zit voel je de warmte van je buurman. Op het podium is het niet uit houden voor de artiesten. Ik herken me in het verhaal van de zanger hoe spannend het is om nieuwe liedjes aan een publiek te laten horen. Ik heb dat gevoel elke keer weer als ik iets publiceer.

Het nummer samen met Stef Bos is wonderschoon qua tekst. Zingend beschrijven ze vanuit hun eigen perspectief het ‘geloof’ in, ja in voor beide iets anders. En toch zingen ze samen eenzelfde refrein. Je hoeft met verschillende standpunten niet tegenover elkaar te staan. Door samen de overeenkomsten uit te dragen en ruimte te geven voor de verschillen ontstaat er iets moois als ‘Lichtjes in de mist’.

‘De mist van het mysterie

is het mooiste in het dal

de kern is onbereikbaar

en toch is ze overal

En net als ik denk te weten

blijkt dat ik me heb vergist

we zwerven tot we thuis zijn’

We zwerven langs lichtjes in de mist

(Lichtjes in de mist – Stef Bos, Henk Pool en Matthijn Buwalda)

Ik ben niet jaloers maar vind het woordenspel geweldig mooi en hoop dat er ooit zulke teksten mijn typende vingers zullen verlaten. Of beter dat mijn hersenen het op kunnen brengen deze taal te spreken.

Bij het nummer ‘Een sprong in het diepe’ denk ik nog even terug aan het inhalen van de tijd onderweg.

Met de auto heb je een kans, in het leven niet.

Soms moet je leren leven met de tijd waarin het niet ging zoals je wilde. Wie heeft er in het leven geen periodes gehad waar je achteraf niet de hoofdprijs voor verdiend. Of zelfs geen troostprijs. Misschien dat daardoor sommige mensen niet meer geloven wat je tegen ze zegt.

Die tijd is niet meer in te halen. Dan kun je of blijven hangen in de brokstukken van toen, of een sprong naar het opnieuw geloven wagen. Of zoals wij onderweg meemaakten, je kunt de uitlaat in de berm gooien en doorgaan of niet verder durven omdat de herrie je oren overdonderd.

Wij hebben er voor gekozen de brokstukken op te ruimen en om door te gaan. Een concert is een beter vooruitzicht dan langs de snelweg blijven wachten ook al betekent het dat we door iedereen vreemd worden aangekeken. Het kan zijn dat je de sprong in het diepe wilt wagen maar niet durft omdat het water waar je naar kijkt te smerig is. Laat dan alles uit het zwembad lopen en vul het met schoon water. Dat besluit moet jezelf nemen en uitvoeren. Mopperen op degene die het water vervuilde maakt het niet schoner. Neem het besluit om met nieuw water de sprong met open ogen te wagen. Je zult zien dat er dan zelfs onder water zicht is.

Ik kan nog jaren blijven kijken naar de brokstukken van toen

Ik kan wat fout ging overpeinzen terwijl ik steeds iets slechter slaap

Of ik waag de sprong in het diepe met mijn ogen open

Een stap die me uitdaagt om weer te geloven

‘t Is spannend, het is eng

maar sinds wanneer is dat een reden om iets niet te doen?

(Sprong in het diepe, Matthijn Buwalda)

Na de voorstelling loop ik zenuwachtig met een biertje door de foyer. Matthijn Buwalda is met verschillende mensen in gesprek, signeert cd’s en gaat zo nu en dan met fan’s op de foto.

Ik wacht op moment dat het wat rustiger wordt maar dat duurt langer dan ik denk, mijn bier is intussen op en ik moet even roken buiten. Regelmatig kijk ik even naar binnen om te controleren of hij niet weg is. Dat zou jammer zijn, helemaal omdat in het enige boek dat er is een persoonlijke boodschap voor hem geschreven staat. Die kan ik moeilijk nog aan iemand anders geven of verkopen.

“Hoi Matthijn, je hoeft voor mij niks te signeren of te schrijven. Dat heb ik al voor jou gedaan”. De laatste mensen zijn bij de cd-tafel weg en ik ben op hem toegelopen. Gespannen om een broekie van vierendertig. “We hebben elkaar in Groningen al eens ontmoet en daarna wat gemaild…” zeg ik voor ik me verder voorstel. “Ja, ik herken je. Jij bent degene die me er op wees dat ‘Knipoog uit de hemel’ niet op You-tube stond” is zijn reactie. Verwonderd neemt hij na mijn uitleg het eerste boek in ontvangst. Voor mij een bijzonder mooi moment met een bijzonder mooi mens. Uiteraard maken we net als de vorige keer een groeps-selfie. Een keer gewoon kijken en daarna met ‘gekken bekken’. Hij, en wij, zijn er gek genoeg voor.

Raakt je rug de muur, sluit de nacht je in

Kun je nergens heen dan er tegenin

Je draagt het niet alleen

(Je draagt het niet alleen, Matthijn Buwalda)

“Kun jij het overnemen? Ik denk niet dat het nog verantwoord is dat ik door rijdt”. Het laatste half uur van de terugreis is door mijn gebrek aan dopamine of de dopamine vervangers niet verstandig. Maar ook ik hoef het niet alleen te dragen, daar is onze auto ook te zwaar voor. Mijn vriendinnetje kan de verantwoordelijkheid van de besturing van ons ronkende voertuig wel dragen.

Mooi als er mensen zijn die om je heen staan en laten blijken dat ze van je houden.

Ik hou ook van hen.

En voor wie aan mijn woorden twijfelt, ook dat is geen probleem

Je hoeft heus niet altijd naar begrip te streven

want onbegrepen is iets anders dan niet goed.

En het is niet zo erg je hart zo af en toe te sluiten

(Matthijn Buwalda, Deze is voor jou)

Maar onthoudt voor later, je kunt me geloven!

Mocht je dat voorlopig niet lukken….

Deze is voor jou!

Lopen op het water

Lopen op het water

Het is zondagmorgen rond tien uur in de ochtend. Ik sta achter in de volle kerkzaal, gespannen leunend tegen de ombouw van het mengpaneel. Twee mannen van de techniek bedienen daar het licht en geluid. Een van hen heeft me net de microfoon met het oortje aangedaan. De volle accu in de achterzak. Het is een beladen dienst door zaken die ik nog niet helemaal doorzie. De betrokken families zijn aanwezig. Ook de voorganger is er en zit vooraan op de hoek van de derde rij. In de kerk zie ik mensen snikken en tranen wegvegen. Het nummer van Matthijn Buwalda raakt mensen op dit moment extra diep zo lijkt het. Schreeuwen naar de hemel
Het nummer dat ik heb uitgekozen als inleiding op mijn bijdrage.
Er is geen spreker en afgelopen vrijdag heb ik toegezegd vanuit mijn leven wel te willen spreken en te delen vanuit mijn ervaringen met ziek zijn. Er zouden nog meer mensen worden gevraagd dus het hoefde geen lang verhaal te worden werd me toegelicht. Ik had vlot toegestemd. Al maandenlang liep ik tenslotte met een brief aan de mensen van onze kerk rond om ze mee te nemen in de laatste anderhalve jaren van mijn leven. Wat een verkeerde inschatting.In het huidige tijdsbeeld is datgene wat ik op papier heb staan, en wat ik al maanden wilde maar niet durfde voor te lezen, niet geschikt. Zaterdagavond om elf uur ‘s avonds ben ik klaar met herschrijven of zeg maar opnieuw schrijven van mijn ‘preek’.
Ondanks dat ik die zaterdagavond op de hoogte wordt gesteld dat ik de enige spreker ben wordt me gevraagd het maximaal vijftien minuten te laten duren en nog liever het bij tien minuten te houden. Dat was in elk geval al 10 minuten meer dan in eerste instantie.
Die zaterdagavond test ik de lengte door alles voor te dragen bij mijn vrouw. Zestien minuten en zeventien seconden. Ik schrap 1026 woorden en vind het dan wel goed. Op hoop van zegen. De boodschap die ik wil brengen daar wil ik niet aan schaven dus veel humor is verwijderd en ligt intussen bij de straat. Wie het vind mag er om lachen. Ook mijn binnenkomer wordt me door mijn vrouw en beste vriend afgeraden. Niet iedereen kan lachen om mijn zelfspot, zij gelukkig wel.
Ik denk terwijl het oortje en het microfoontje losjes aan mij hoofd hangen nog even aan die opmerking. Ondanks de spanning kan ik een glimlach niet onderdrukken. Als beelddenker zie ik het voor me. Over het soort microfoon was namelijk nog even kort overlegd op zaterdagavond. Alles was goed wat mij betreft. “Nou ja” zei ik “zolang ik maar geen microfoon in mijn hand hoef te houden. Als ik namelijk gespannen bent begint mijn hand te trillen en het lijkt zo knullig als ik me steeds met dat ding tegen mijn voorhoofd sla”, lichtte ik het verder toe.
Het beeld en de glimlach verdwijnen van mijn gezicht en ik zie de videobeelden van het lied op het scherm geprojecteerd. Veel zwart wit, huilende en schreeuwende gezichten en de tekst in beeld. Het YouTube filmpje is bijna aan het eind.
Ik ken het nummer van Matthijn uit het hoofd.  Ik heb het al zo vaak mee geschreeuwd. ‘laat me schreeuwen naar de hemel,de longen uit mijn lijf want waarom zou ik nog bidden als ik toch geen antwoord krijg…’. En ook het gedeelte ‘U hebt toch beloofd mij te dragen door het water, kunt u dan niet zien dat ik verdrink…’.
Het voelt soms zo ellendig machteloos, alsof die reddende hand er niet is. Het lijkt deze morgen dat meer gemeenteleden dat gevoel hebben.
Een half jaar geleden ben ik door het ijs gezakt,zelfs op bevroren water kon ik niet meer lopen. Als instructeur bij de brandweer kreeg ik voor het eerst in twintig jaar een black-out voor een groep brandweermensen. Een confrontatie met de realiteit. Nu ga ik voor het eerst weer eens spreken.
Zachtjes wordt ik nog even aangetikt. “Succes!’” wordt er gefluisterd achter mijn rug. De muziek is bijna afgelopen en iedereen is muisstil. Voor mij voelt de wandeling door het middenpad naar het podium als lopen op het water. Onzeker. Voor de zekerheid heb ik mezelf wel vastgemaakt aan een veiligheidslijn. Ik ben zo voorbereid dat ik niet weer tot aan mijn nek in het water verdwijn. Mijn woorden heb ik vooraf aan het papier toevertrouwd en zitten in mijn broekzak.
Op het podium leg ik mijn geheugen op het katheder. Een flesje water er naast.
Gespannen maar niet zonder vertrouwen kijk ik de zaal in. Tussen de twee- en driehonderd ernstige gezichten kijken mij aan. Ik zie dat hier en daar nog een zakdoek wordt opgeruimd. Dat is eigenlijk niet nodig, mijn verhaal komt nog maar goed zij kennen de inhoud natuurlijk niet. Mijn linkerhand heb ik in mijn broekzak. Niet voor niks. Die hoeven ze niet te zien schudden. Dat is tegenwoordig heel gewoon als ik gespannen ben.
Ik overweeg in een flits toch te beginnen met de grap die ik gisteren bedacht heb maar bedenk me. De sfeer is er inderdaad niet naar. Zelfspot wordt niet altijd gewaardeerd.
Ik kijk de zaal in zonder iemand te zien en haal diep adem. Ik heb de lessen van de logopediste nog even in gedachten doorgenomen. Luid,duidelijk en rustig. Pak veel momentjes om adem te halen. Hak de zinnen in stukken en neem de tijd zodat je niet buiten adem raakt.
Ik stel me voor en geef aan dat ik het voor de zekerheid grotendeels van papier zal doen. Op het moment dat ik vertellen wil welke diagnose ik anderhalf jaar eerder kreeg haper ik. De vloer waar ik op sta en die voelt als water wijkt maar sluit zich weer als ik het woord Parkinson genoemd heb. Ondanks het nummer ‘Schreeuwen naar de hemel’ wat ik net heb laten horen is mijn boodschap ‘In de storm is God dichtbij’. Aan de hand van psalm 107 loop ik door mijn afgelopen levensjaar. Ik ben gereformeerd opgevoed en heb een thema, onderverdeeld in drie punten.
Nu komt voor mij een emotioneel deel van mijn verhaal. Ik weet wat er gaat komen en voel de spanning en fysieke druk in mijn hoofd groter worden. Ik val stil.
Ik voel me met twee voeten door het water zakken
Mijn emoties blokkeren mijn stem. Mijn keel zit dicht en ik voel het gebrek aan lucht. ‘Ademhalen!!!’ denk ik in gedachten, niet uitbarsten in tranen.
 “Weet u, de symptomen van Parkinson zijn niet alleen maar trillen. Was dat maar waar. Naast vele andere symptomen waar ik maar niet verder over nadenk zit het ook tussen de oren.” Ik hap even naar adem en weet met moeite te zeggen “dat ziet geen mens. …” weer moet ik me hervinden. “…maar God wel”.
Mijn grootste angst, dat ik verstandelijk minder zal worden, heb ik met de goede luisteraar gedeeld.
Ondanks het feit dat ik overtuigd christen ben zeg ik daarna “En weet u, ik snap soms niks van God. Niet wat hij van plan is en waarom sommige mensen zoveel ellende over zich heen krijgen. Ook ik snap niet waarom het leven zo loopt als het loopt. Wellicht dat we het ooit logisch gaan vinden.”
Iedereen snapt dat als ik afsluit een applaus niet op zijn plaats is. Gelukkig. In stilte loopt het combo weer het podium op terwijl ik mijn plek naast mijn vrouw inneem.
En dan wordt er gezongen:

 

U leert me lopen op het water,
de oceaan is weids en diep.
U vraagt me alles los te laten,
daar vind ik U en ik twijfel niet
En als de golven overslaan,
dan blijf ik hopen op uw Naam.
Mijn ziel vindt rust,
want in de storm bent U dichtbij.

 

Ik vraag me af als ik weer zit, was dit nu lopen op het water? Doen waar je tegen op ziet? Uit je comfortzone stappen?
Nee, ik ben uit de boot gevallen een half jaar geleden.
Zojuist ben ik er weer in geklommen. En nu ik daar weer inzit voel ik me prima.
Volgens mij wordt er ook aan niemand gevraagd om zijn of haar boot te verlaten. Behalve in een christelijk kinderliedje. Stap uit je boot, durf op water te lopen…..In een Bijbelverhaal vraagt Petrus aan Jezus of hij uit de boot mag stappen. Niet omdat hij graag ook op het water wil lopen maar omdat hij twijfelt wie er over water loopt. Hij wil bewijs. “…als U het echt bent, zeg dan dat ik over het water naar U toe moet komen”. De twijfelaar krijgt toestemming.
“Kom maar” is het antwoord. Het werd niet van hem gevraagd uit zijn veilige boot te stappen! Hij had ook het antwoord van Jezus kunnen geloven toen ze hoorden “Wees maar niet bang, Ik ben het”.
Dan had hij lekker in de boot kunnen blijven. Nu deed de twijfelaar een paar stappen op het water en zakte erdoor. Nieuwe angst en ook nog de opmerking naar zijn hoofd “Och twijfelaar, waarom heb je zo weinig vertrouwen in mij?”
Dus, stap uit je boot? Het is een mooi verhaal maar om de steun te ervaren en het vertrouwen te houden hoef ik niet uit de boot te stappen. Blijven zitten is misschien wel  een betere optie.
Dat doe ik ook. Blijf lekker zitten als je gelooft dat Hij het is. Als je uit je comfortzone wilt stappen kun je ook naar de kust varen en aan land stappen.
Natuurlijk is over het water ook een optie, maar waarom zou je zo stoer doen?

...

Lees Meer Lees Meer

Mountaintop

Mountaintop

I have been to the mountaintop

City Harmonic

“Yahoo, ik heb de top gehaald” klinkt het extatisch.
“Daar” roept ze enthousiast en wijst met haar gestrekte arm en wijsvinger naar een, zoals het lijkt, onmogelijk te bereiken steenmassa op zestien honderd meter hoogte. Ze glundert van oor tot oor ondanks het feit dat we al twee derde van de afdaling achter de rug hebben. Dat ze met de hakken op de rand van een rotsplateau staat maakt haar niet uit, of ze heeft het niet door. Een stap onverwachts achteruit zal haar sneller beneden brengen dan ze boven kwam.
Vanaf het laagste uitkijkpunt van de route, waar we op de heenweg zijn gestopt, ziet ze de top. Het geluk straalt uit haar ogen en is zelfs met haar zonnebril op, te zien. Zo is ze allang niet meer geweest. Zelfs niet nu we op vakantie in Frankrijk zijn waar ze al wel een stuk rust ervaart. Weg van alle dagelijkse sores. En op die top van Les Trois Becs in de Haute Alpes vind ze zich zelf even terug.

We staan intussen al twee weken met onze caravan in Frankrijk op de camping. Tot nu toe behoorlijk actief voor ons doen. Watervallen, steden, kastelen en een canyon hebben we al afgewerkt.
Het is alweer de laatste week en hebben vandaag alleen het ontbijt als serieuze activiteit gehad. In de loop van de middag overleggen we met onze vrienden of we nog naar die bergtop zullen gaan waar we vanaf onze camping al twee weken tegen aan kijken. Zoals vaker komen we wat traag op gang. Eerst uitslapen. Dan baguette en croissants halen. Rond tien uur rustig ontbijten.
Tijdens het ontbijt komt bijna dagelijks onze vriend langs op weg naar de bakker. Meestal borrelen dan de eerste ideeën wel op. Borrelen gaat ons sowieso wel goed af. Af en toe wordt onze kip caravan verdacht van het hebben van een kelder. De voorraad en keuze aan alcoholische versnaperingen lijkt eindeloos. Ik probeer rond de tijden van de medicatie me in te houden maar geniet er verder net zo goed van. Onverstandig? Ik denk het wel maar het is een weloverwogen besluit. Zolang ik er geen extra last van heb wil ik ‘vooral genieten‘ zoals me vaak wordt geadviseerd. Dat kan prima zonder drankje maar met vind ik net zo leuk en dat doe ik dan ook.

Tijdens ons twaalf uurtje, dat vaak duurt tot een uur of twee, besluiten we een poging te wagen de bergtop die we over ons glas heen kunnen zien die middag te bedwingen.

Tegen de tijd dat we alles bij elkaar hebben is het al rond drie uur. We verzamelen op de parkeerplaats van de camping en stappen met een ruime hoeveelheid water in de auto. Een half uurtje rijden door haarspeldbochten met schitterende uitzichten brengt ons bij het startpunt van de route. De beklimming blijkt uit drie delen te bestaan. Drie uitzichtpunten verdeeld over ruim 2 kilometer. We besluiten om het eerste punt als doel te stellen. Daar zien we wel weer. Eenmaal begonnen merken we dat dit geen wandelen is. Het valt behoorlijk tegen om bij ruim dertig graden dichterbij die strak blauwe hemel te komen. Klimmen en klauteren met Parkinson en een hernia. Ik vraag me onderweg hardop af wat mijn neuroloog hiervan zou vinden. Op hetzelfde moment besef ik me dat ik de medicijnen van twee uur vergeten ben en ook niks bij me heb. De ronde van zeven uur ga ik dus ook missen. Het gebeurt me vaker maar ik maak me geen zorgen, tot nu toe zijn de gevolgen als ik een keer wat uurtjes later was minimaal geweest. Een teken voor mij dat het nog meevalt bij mij. Je hoort tenslotte ook andere verhalen.

We besluiten door te gaan tot we het niet meer zien zitten, wat dat ook mag betekenen.

Het kost wat moeite om af en toe de steile stukken te passeren. Ik roep onze twee dochters die vooruit lopen terug en vraag ze te zorgen dat ik ze kan blijven zien. Net alsof dat helpt als er iets zou gebeuren. In mijn achterhoofd spelen de nieuwsberichten waarbij mensen tijdens dergelijke wandelingen uitglijden en naar beneden vallen. Ik zeg het maar niet hardop. Af en toe moeten we een plekje zoeken om ruimte te maken voor mensen die naar beneden komen. Elkaar passeren wil dan net. Een enkele keer spreek ik de afdalende wandelaars aan en langzamerhand besef ik me dat we te laat zijn gestart. Oké, twee kilometer heen en twee terug. Maar we zitten op een tempo van een kilometer per uur. Dat wordt dus vier uur lopen. Nou ja, klimmen en afdalen.
Op het eerste punt is het uitzicht geweldig. Hoge bergen met daartussen groene valleien die verlicht worden door een stralende zon. De kinderen zijn enthousiast en willen verder.
Met de opmerking dat we niet verder gaan dan we kunnen of willen staan we op en trekken verder op naar boven.
Dichterbij.
De paadjes worden smaller, de stappen moeten groter om over de rotsblokken die op het pad liggen te kunnen stappen. Af en toe een hand uitsteken of die van een ander vastpakken is niet vreemd op deze route.
Maar niemand klaagt. Wel geven een aantal toe dit niet lang meer vol te kunnen houden. Wij, degene die voldoende moed en kracht hebben, mogen verder. Vanaf punt twee splitst de groep zich.
Voor deze scheiding vinden we een rustplek op een steile helling onder een boom. Zo steil dat we gaan twijfelen. Ik loop voorop en zeg tegen de kinderen die me volgen dat we even gaan pauzeren. Langzamerhand ontstaat een kleine kudde van mensen onder en naast die ene groene boom op de met geel-gouden gras begroeide helling. Het paadje wat er naar toe loopt is een spoor van ongeveer een voetbreedte. Zo gaat het pad ook verder. De honderd meter die we net op die manier hebben overbrugd doen de spieren in de onderbenen samentrekken. Niemand geeft toe dat het zeer doet.
Ik vraag de telefoon van mijn vrouw. Ik weet dat er muziek op staat en in deze serene rust waar geen mens is te horen heb ik behoefte aan een moment om te overdenken. Een spiritueel moment zoals een collega dat ooit benoemde. Ik zoek twee nieuwe liederen uit de opwekkingsbundel en zet ze aan. In deze machtige omgeving, die geweldige natuur en deze stilte raken ze de juiste snaar. Hier en daar wordt er zachtjes meegezongen. Deze tien minuten zijn voor mij nu al het hoogtepunt. Of we de top halen of niet. Parkinson en een hernia, en dan hier onderweg naar de top.

Dan zie ik twee jonge vrouwen van rond de 25 jaren het steile stuk dat wij nog verder omhoog moeten afdalen. Als ze voldoende dichtbij zijn spreek ik ze in het Engels aan om duidelijkheid te krijgen over onze kansen. Zowaar, twee Franse vrouwen en er spreekt een Engels. Ik red me best in het Frans maar dan wel met handen en voeten. Verbaal kom ik niet verder dan ‘Papa fume un pipe’. En dat is al aardig uit de tijd dus daar heb ik echt helemaal niks aan.
In het Engels word me duidelijk gemaakt dat het nog ongeveer honderd meter heel steil is maar daarna nog twintig minuten goed te doen. Het is volgens haar de moeite waard, awesome zoals ze het noemt.
Met zeven van de negen besluiten we om het maar te proberen maar ieder op zijn eigen tempo. Mijn Engels zal wel minder goed zijn als ik dacht of de franscaise kan niet goed klok kijken want twintig minuten later staan we in een greppel. Het is een twintig centimeter diep uitgesleten pad vol met keien. Elke bocht denk ik dat we er wel zijn en telkens zie ik verderop nog een bocht.
Totdat opeens onverwachts er geen bocht meer is maar een laatste steile helling naar de top.
Als eerste kom ik boven en zie daar een stapel stenen als merkteken van het hoogste punt. Het uitzicht is inderdaad adembenemend en de wind trouwens ook. Het waait zo hard dat ik enkele minuten later, terwijl de rest ook boven komt aan de andere kant een paar meter afdaal om te schuilen.
De kinderen verbieden we direct om aan de rand van de top, die ongeveer tien bij tien meter is te komen. Een misstap in combinatie met die wind zou catastrofaal zijn.
Iedereen is onder de indruk en snel nemen we wat foto’s van de uitzichten en van elkaar. Trots als een bergbeklimmer die de Mount Everest zojuist heeft bedwongen.
Het dringt tot ons door dat het op dit moment dichter bij de hemel voelt dan ooit en we worden bevestigd in de overtuiging dat iets wat zo machtig mooi is niet uit niets kan zijn ontstaan.

We’ve been to the mountaintop
We’ve seen the glory of our God

(City Harmonic)

Tijdens de afdaling maak ik een video van mijn vrouw die omhoog staart naar de top waar we geweest zijn. Het leek onmogelijk daar te komen.

“Yahoo, ik heb de top gehaald” klinkt het extatisch.
“Daar” roept ze enthousiast en wijst met haar gestrekte arm en wijsvinger naar een, zoals het lijkt, onmogelijk te bereiken steenmassa op zestien honderd meter hoogte. Ze glundert van oor tot oor.

Het leek al weken onmogelijk om die top te bereiken. Ook, of misschien wel zeker, voor mij.Maar we bekeken hem alleen van afstand. Toen we eenmaal de moed hadden verzameld om er heen te gaan bleken er dichterbij toch smalle paadjes te zijn. En we waren niet de enigen die dezelfde beklimming voor de boeg hadden.

Zo zijn er soms van die onmogelijke uitdagingen die je niet in een stap moet proberen te bedwingen. Begin er gewoon aan en zie hoever je komt. Soms zal de top te ver zijn maar vaak zul je verder komen dan je denkt. Ga in elk geval beginnen, er blijken dan vaak meer paden dan je had verwacht. Smal en moeilijk begaanbaar soms. Onderweg blijken er plotseling meer lotgenoten dezelfde beklimming te doen. Maar als je die onmogelijk geachte uitdaging weet te overwinnen is de voldoening des te groter.

Ik heb deze top gehaald
I’ve been to this mountaintop

?>