Latest Trick

Latest Trick

Zacht.
Zacht onder mij.
Zacht boven mij.
Gefilterd zacht licht bereikt nog net mijn naar beneden gerichte ogen.
Gedempt zacht geluid dringt nog zachtjes tot me door.
Alles voelt zacht en toch ben ik niet blij
Als ik naar boven kijk zie ik vaag bloemen.
Mooie roze rozen, als ik het goed zie.
De frisse geur van onbekende andere bloemen hangt om mij heen.
Langzaam beweeg ik me voort.
Niemand weet dat ik me hier bevind.
Ondanks de zachte en frisse omgeving voel ik me opgesloten.
Ik krijg het zelfs een beetje benauwd.
Toch moet ik verder, ik ben er nog niet.
Ik strek mijn arm en pak een zachte punt vast terwijl ik de onregelmatigheden vlak strijk.
Mijn voeten bevinden zich nog buiten deze omgeving en ik gebruik ze om me mee af te zetten zodat ik zover mogelijk kan komen.
Ik heb niet de behoefte om hier lang te blijven en beweeg me achteruit richting de plek waar mijn voeten zich nog bevinden.
Op de terugweg voel ik dat het toch nog niet helemaal is zoals het zou moeten zijn.
Ik ga weer een eindje voor uit en probeer met mijn rechterarm zover mogelijk te komen zodat het ook daar wordt zoals het hoort.
Uiteindelijk krijg ik het gevoel dat ik eruit moet.
Als ik mijn stramme lichaam uit deze situatie heb bevrijd en weer in het volle licht sta ben ik nog niet helemaal tevreden, maar tegelijk besluit ik ook dat dit goed genoeg is.
Het is wat het is.

“Morgen wil ik graag echt op tijd weg!” zeg ik tegen mijn vrouw.
“Het is een half uurtje rijden en om tien uur moeten we er zijn.”
“Dan vertrekken we toch om negen uur?” zegt ze begripvol

Een dag later stappen we om tien over negen in de auto.
Op weg naar het UWV.
Zoals genoemd in de uitnodiging heb ik mijn ID, mijn medicijnen en deze brief mee.
Een afsprakenkaart van de bezoeken aan mijn neuroloog heb ik nooit gehad.
De regel daaronder lees ik om een of andere reden niet.
Mijn grote steun tijdens zulke afspraken heeft daarom geen ID mee.

Ruim op tijd stoppen we voor een slagboom waar we ons via een intercom melden.
Op de mededeling daar we een afspraak hebben krijgen we als antwoord “ Dan bent u van harte welkom”. Direct gaat de slagboom omhoog en kunnen we de besloten parkeerplaats op. “ Zo kan het dus ook” zeg ik “een warm welkom!”.
We rijden de invalidenparkeerplaatsen voorbij. Die zijn nog niet voor mij bedoeld dus we zoeken een normaal plekje.
Als ik de ingang van het gebouw zie moet ik glimlachen. De gereserveerde parkeerplaatsen zijn inderdaad dichter bij de hoofdingang. Vergeleken met de plaats waar wij onze auto parkeren scheelt dat toch vijfentwintig meter. Je zult maar moeilijk lopen.
Ik glimlach omdat de hoofdingang op ruim 125 meterloop afstand is.

Zodra wij door de entree zijn gelopen zien we een balie met drie dames erachter en een beveiliger ernaast. Boven een van de dames van het ontvangstcomité hangt een bordje met UWV. Na de controle van mijn ID bewijs en de uitleg dat mijn vrouw er geen ID heeft meegenomen wordt ons een formulier aangeboden om de reiskosten te declareren. De missende kaart om te bewijzen dat mijn chauffeur ook mijn vrouw is wordt verder niet meer naar gevraagd.
“U kunt door de glazen deur verder, dan naar rechts en als u daar wilt plaatsnemen dan komt de arts u daar weghalen” wordt ons vriendelijk meegedeeld.

Als we de aangegeven route volgen komen we in een ruimte die vast de wachtruimte zal zijn.
We nemen plaats in twee makkelijke met zeeblauwe stof beklede stoelen.
Ik observeer de grote ruimte en zie dat de mooie lichte houten vloer overgaat in wanden van glasplaten. De glasplaten zitten in dunne crème kleurige kozijnen en zijn ook mooi blauw van kleur in verschillende, maar bij elkaar passende tinten. Zes platen van ongeveer 50 centimeter hoog en ruim 200 cm lang boven elkaar. Er zit een enkele witte tussen. Naast elkaar maken meerdere van deze stapels een meters lange wand.
Twintig meter verder aan het eind van de ruimte ziet de wand er net zo uit maar dan in allerlei kleuren groen.
Ik vind het mooi, kijk nog wat rond en begin dan de reiskosten declaratie in te vullen.

We zijn op tijd en ik ga er van uit de we nog een kwartiertje moeten wachten. Plotseling gaat de helft van de grote, dubbele deur in de blauwe wand open.
De vrouwelijke arts vraagt ons binnen en laat ons plaatsnemen. Weer moeten we bewijzen dat we zijn wie we zijn en dus leg ik mijn identiteitsbewijs op tafel. Omdat mijn vrouw zich niet kan legitimeren wordt mij expliciet gevraagd of zij aanwezig mag blijven bij dit gesprek. Ik antwoord dat ze de afgelopen drie jaren nog nooit een gesprek hierover afwezig is geweest dus nu ook niet.
Dan volgt er voor ons gevoel een kruisverhoor met strikvragen. De arts zal het vast anders bedoelen maar ik krijg het gevoel dat ik, na alle anderen die er al hun mening over hebben gegeven, nog een keer moet bewijzen dat ik niet langer interessant ben voor werkgevers.

In een uur komen al mijn klachten aan de orde, ook die waarvan ik me niet bewust ben. Het valt me tegen hoe ik er voor sta. Confronterend voor de zoveelste keer.
Bovendien ben ik als rasoptimist erg op mijn hoede welke antwoorden ik geef.
Als ik tegen haar hetzelfde zeg als tegen de gemiddelde vragensteller kan ze wel eens het idee krijgen dat het meevalt.
Mijn antwoorden zijn dus naar waarheid maar ik maak het niet minder erg dan dat het is.
Ik vertel over de nachten waarin ik maar niet naar bed kom en ik maar een paar uurtjes slaap.
Als het over mijn huidige bezigheden gaat geef ik aan nog geen voldoening in het huishouden te vinden in vergelijking met mijn werk.
“Huishouden is ook werk hoor!” zegt ze.

Ik denk nog even terug aan dat moment dat het overal zacht om me heen was.
Ze heeft gelijk, maar toch is huishouden ander werk.
Zeker als je het bed moet opmaken en een extra dekbed in de hoes van 220 bij 240 moet krijgen omdat het 8 graden vriest en we geen verwarming op de slaapkamer hebben.
Om ze beide helemaal netjes erin te krijgen zie ik geen andere mogelijkheid dan er maar bij in te kruipen.
Een dekbed onder me en een dekbed boven me, beide in het hoeslaken en alleen mijn voeten steken er nog uit.
Het voelt wel overal zacht om me heen als ik er helemaal in lig en alleen mijn voeten nog uit de hoes steken.
Dat wel, maar mezelf serieus nemen met dit werk, daar heb ik dan wel weer wat moeite mee.
Uiteindelijk ligt de hoes op bed met twee dekbedden er in.
Gelukkig heeft niemand me gezien.
Dat was een ‘bijna huisman ervaring’.
Het verhaal houdt ik bij de arts maar voor mezelf

“Maar wie heeft dan de zorg voor de kinderen thuis?” is daarna de vraag. Ik antwoord dat die rol voor het grootste deel bij mij ligt. “En ‘s morgens dan?” is de volgende vraag.
“Ik ben elke morgen, ook na korte nachten, om half acht uit bed en smeer dan onder andere hun brood.”
“Oh? Dat kun je nog wel?” De vraag voelt niet goed maar ik leg uit dat ik me wel red. “Er valt zoveel uit mijn handen dus het gebeurt regelmatig dat de boter van het mes valt maar ik smeer de boterham altijd schuin boven de volgende. Dus als het valt ligt het vast op de goede plek”.
Zo volgen vele tests en vragen totdat onze tijd er bijna op zit.
“Hoe sta je nu tegenover werk?” is de laatste vraag.
De arts zit zoals bij elke vraag klaar met haar pen boven haar vragenlijst.
“Ik zou dolgraag aan het werk willen…” Haar pen begint onderaan de laatste pagina van haar aantekeningen direct mee te schrijven maar stopt even later.
Ik heb wat extra lucht gehapt en maak de zin af die ik net begonnen was.
“Maar ik zou het vreselijk vinden als ik aan het werk zou moeten”.
Ze begint een regel lager opnieuw te schrijven en stelt intussen de volgende vraag.
“Omdat het moet?”.
“Nee, omdat ik het niet meer kan”.

De pen krast nog even door en er valt een stilte.
En dan plotseling deelt ze haar conclusie met ons.
“Ik vind dat je 100 % arbeidsongeschikt bent en niet meer instaat om te werken. Het klinkt hard maar dat is wat ik in mijn rapport zal noteren”.
Het komt voor mij te plotseling.

I don’t know how it happened
It all took place so quick

Ik weet niet of ze een reactie verwacht. Ik ben er op dat moment niet toe in staat in elk geval. Langzaam pak ik mijn bril die ik sinds twee weken draag af om de tranen uit mijn ogen te vegen.
De arts zit met haar armen over elkaar te wachten en maakt nog een opmerking.
“Ja, het is hard hè?”
Intussen voel ik de hand van mijn mee huilende vriendinnetje op mijn knie.
We nemen een minuutje voor ons verdriet waarin de arts een papieren handdoekje aanreikt.
“Het is wat het is” weet ik uiteindelijk met een brok in de keel uit te brengen.
Dan valt het helemaal stil.
“Nou, dat was het dan” horen we haar zeggen.
We kijken elkaar even aan en mompelen beide iets van “Oké, dan gaan we maar”.

Naar buiten lopend geven we de reiskostendeclaratie af aan de beveiliger die het na even bekeken te hebben goedkeurend doorgeeft aan de dame achter de balie.

Buiten vraag ik mijn vrouw “Kijk eens hoe laat het is als je wilt”. “Drie minuten over elf” antwoord ze.
“Precies, dat bedoel ik.
Maar goed, ze neemt haar werk serieus. Ze heeft vast ook andere klanten.”
Nu nog een arbeidsdeskundige van het UWV.
We wachten af.

Daarna is het tijd voor good-bye.

Dan is het voorbij en doen we samen nog een borrel.
De tijd dat ik gevraagd wordt voor nog een keer is voorbij
Mijn baas heeft me dan voor het laatst betaald

Now it’s past last call for alcohol
Past recall has been here and gone
The landlord he finally paid us all

maar voor mij geen

latest trick

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

?>
%d bloggers liken dit: