This is it

This is it

Hoofdbrandmeester.
Twee gouden balken en een gelijk gekleurde ster op de onderste balk

Er valt een traan onder die tweede balk. Moeizaam proberen mijn vingers het kleine knoopje door de gaatjes van het dubbelgevouwen epaulet op de linkerschouder van het witte overhemd te krijgen.
Vlak daaronder prijkt het rode logo van de meest gewaardeerde beroepsgroep in Nederland.

Zodra ik beide rangonderscheidingstekens van het kledingstuk heb verwijderd gooi ik het overhemd met een boog op de stapel.
Blauwe overhemden met korte mouwen en blauwe met lange mouwen en dezelfde uitvoeringen in het spierwit.
Dit is blijkbaar mijn echte afscheid, denk ik terwijl de truien, uniformbroeken en werkbroeken aan de alsmaar groeiende stapel worden toegevoegd.
Het jasje met ceremonieel koord laat ik nog even hangen.
Ik vis een paar werkbroeken met extra zakken op de zijkant van de benen weer uit de stapel met de gedachte dat die nog wel handig zijn voor de momenten dat ik wat aan het klussen ben.

Ik besef me plotseling dat dit de eerste tranen zijn die vloeien bij mijn afscheid van de collega’s en het vak waar ik zoveel in heb meegemaakt.
Als eerste afscheid heb ik op een feestavond voor de ruim tachtig vrijwilligers van mijn cluster een moment gekregen waarin er aandacht word besteed aan mijn vertrek.
Ook daar hadden tranen gepast, maar dan meer om de manier waarop.
Een voor mij onbekende Loco-Burgemeester spreekt mij, naar het lijkt, onvoorbereid toe.
De enkele zinnen die ze tot me richt staan niet in verhouding met de zesentwintig jaren die ik in dienst ben geweest.
De woorden die ze spreekt, vanaf papier en niet door haarzelf geschreven hadden op vele van mijn collega’s kunnen slaan. Ik neem de oorkonde en het beeldje van een brandweerman in ontvangst wetende dat ik ze ergens op ga bergen waar ik niet dagelijks kijk.  Over veertien dagen weet ik al niet meer waar ze gebleven zijn waarschijnlijk.
Niet omdat ik het niet waardeer maar, vooral omdat ik er geen waarde aan hecht
Vele andere aanwezigen maken me na afloop duidelijk wat ze van dit afscheid vinden. Ik ben het met ze eens en heb niet de behoefte gevoeld zelf nog de microfoon te pakken.

Dat is een paar weken later al anders bij mijn 25 collega’s uit het team vakbekwaamheid.
Ik heb voor de zekerheid een speech geschreven om te voorkomen dat ik uit de losse pols wat moet gaan zeggen.
Precies om vier uur open ik de deur van de vergaderruimte waar het team al een paar uur zit. Met mijn opmerking “er is nog niks veranderd, jullie vergaderen nog steeds te lang” breek ik het ijs van elkaar lang niet gezien en of gesproken te hebben.
Even later worden de hapjes en drankjes op tafel gezet.
Tien minuten later hoor ik iemand zachtjes vragen aan een van mijn betere collega’s: “Hoe laat begin je? Ik heb het nog druk en dus niet zoveel tijd meer.”
Ik besef me des te meer dat voor iedereen het leven gewoon doorgaat.
De een maakt meer tijd voor een afscheid vrij als de ander. En eerlijk is eerlijk, met de een had ik ook meer dan met de ander.
De hartverwarmende knuffels en de woorden en reacties die door een aantal worden gesproken wegen makkelijk op tegen het vertrek van de collega’s met tijdgebrek. Ooit maakte ik me ook zo druk om het werk…

Nadat ik ben toegesproken neem ik direct zelf het woord.
Mijn speech lees ik voor vanaf mijn telefoon en daardoor kan ik het gezicht van mijn directe collega niet zien als ik hem met naam en toenaam bedank.
Uit zijn reactie per app later is op te maken dat het op de juiste toon was.
Ik spreek daar onder andere de volgende woorden:

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
De laatste vier jaar met horten en stoten en aan het eind was ik echt niet meer zinnig bezig.
Ik wist dat het niet meer ging en de meest simpele dingen niet meer kon afronden.
Maar volhouden hè..

En dan is het echt gebeurd, huisman.
Maar je hoort mij niet klagen, ik ‘verdien’ met 75% uitkering  meer dan menig hardwerkende arbeider.
Bovendien zijn de laatste vier jaren mijn klachten vooral langzaam verergerd.
Na de diagnose zou ik voor de huidige stand van mijn klachten onmiddellijk getekend hebben.
Tussen de oren zit het letterlijk en figuurlijk niet helemaal goed, maar goed dat was vroeger ook al zo.
Bovendien zit er bij de meeste van jullie ook wel een steekje los dus zo bijzonder ben ik nou ook weer niet.

Voor jullie allemaal, doe wat mij vaak wordt aangeraden.
Geniet!
Voor je het weet heb je wat onder de leden.
Ik probeer dat zoveel mogelijk te doen maar, doen jullie dat vooral ook!
Werk is maar werk, het gaat allemaal gewoon door, ook als je er niet bent.
Zonder mij is de brandweer ook gewoon uitgerukt en is de vakbekwaamheid verder bevorderd of op peil gebleven.

Na de overhandiging van een bos bloemen en een cheque spreek ik nog wat mensen,  schud wat handjes en vertrek om vijf uur als laatste.

Precies een week later staat mijn derde en echte afscheid gepland, met collega’s die ik zelf heb uitgenodigd. Hieronder staat een deel van de tekst in de kaart dat aangeeft hoe ik mijn afscheid emotioneel wil vormgeven.

Beste collega,
Op bovengenoemde datum zou ik graag op een feestelijke wijze het leven vieren waarin nog zoveel te genieten is.
Tegelijkertijd kunnen we die avond ook even aandacht besteden aan het feit dat ik vanaf 19 maart niet meer werk bij de Veiligheids Regio Groningen.

In die week twijfel ik over mijn speech en pas hem aan zodat voor iedereen duidelijk is welke boodschap ik ze mee wil geven.

 

Het is april en 28 graden Celsius. Vlak voordat de barbecue in de tuin van het etablissement in een van de kleine Drentse dorpjes begint is er de gelegenheid om nog even wat te zeggen. Mijn directe collega heeft een persoonlijke en mooi verhaal voorbereid en spreekt me vlak voordat de kok begint met het bereiden van het vlees toe. Het raakt me dat juist hij, een collega waar ik nog maar vier jaar mee werk, spreekt. Mooi om te zien dat sommige collega’s gewoon vrienden zijn geworden.

Als hij klaar is pak ik net als een week eerder mijn telefoon en lees onder andere het volgende voor.

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
De laatste vier jaar met horten en stoten.
In de laatste maanden was ik niet meer zinnig bezig.
Ik wist dat het niet meer ging en de meest simpele dingen niet meer kon afronden.
Maar toch volhouden he..’

Zo begon ik vorige week donderdag mijn speech bij de collega’s van vakbekwaamheid.
In de afgelopen week begon ik te twijfelen of de eerste zin wel klopte.

Dat was het dan?

Ja, deels klopt het.
Dat was het dan voor mij, voor dat deel van mijn leven wat de brandweer betreft.
Maar om mijn situatie even te relativeren;
Tijdens inzetten heb ik zoveel ellende gezien dat ik er tot nu toe in dit leven niet eens in de buurt kom.
Van mensen die al langere tijd in eenzaamheid leefden en waarvan pas na enkele dagen werd ontdekt dat ze in die zelfde eenzaamheid waren overleden,
tot slachtoffers die je onder je handen voelde weg glijden wat je ook probeerde.

De jongen die de naam van zijn vriend bleef schreeuwen omdat hij aan de hand die hij vasthield voelde dat hij zo een vriend minder zou hebben. Eh hij had het goed gevoeld.

Of de ouders die huilend en schreeuwend aan kwamen rennen omdat het ontzielde lichaam van hun zoon in die auto zat.

De onherkenbare verkoolde lichamen na woningbranden die ondanks het feit dat ze niet meer herkenbaar waren toch ook familie hadden.

Het slachtoffer dat ik samen met een collega levend uit een brandend huis haalde maar die een dag later toch overleed.

De vele water slachtoffers die in hun wanhoop zelf hadden gekozen voor de dood. En de verdrietige maar opgeluchte familie als het slachtoffer aan een van onze dreghaken boven water kwam.

Een F16 piloot en de ULV vlieger die juist zwaaiend boven zijn familie was langs gevlogen en niet kon weten dat het zijn laatste groet was en hij even later verspreid zou worden over de bossen en weilanden nabij Sellingen.

Hoewel ik geen dagboek of iets dergelijks heb bijgehouden van mijn carrière op de uitrukdienst kan ik, als ik mij de inzetten probeer te herinneren, het aantal dodelijke slachtoffers in enkele minuten niet meer op 8 handen tellen. Als ik mijn best doe passeer ik vast de 100 wel.

Voor al deze slachtoffers kan met recht over dit aardse leven worden gezegd ‘Dat was het dan”.

En ik?
Ik sta hier met jullie en ‘Vier het leven!’.
Natuurlijk, het is niet voor niks dat ik toegesproken wordt en zelf nu ook even aan het woord ben.
Ik heb Parkinson, en dat is kloten.
Maar bovendat heb ik vooral een mooi leven met familie, vrienden en goede collega’s.
En dus, zoals ik in mijn mail verwoorde aan alle collega’s:
Het gaat goed, ECHT het gaat goed!

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
Ja, deels klopt het maar niet voor mijn hele leven.
Het is een afsluiting, een einde,  maar nog meer een nieuw begin.
Dus, DIT IS HET DAN!
En dit is goed.

Verder maak ik gebruik om een enkele collega extra te bedanken en om mijn teamleidster die vooral als mens met me omging te laten merken hoe blij ik met haar als leidinggevende was. Dat mijn woorden doel treffen zie ik aan de tranen die in haar ogen verschijnen.

Na het afscheid van mijn collega’s en hebben we nog een ‘Vier het leven’ en ‘Dankjewel dat je er voor ons was’ feestje voor familie en vrienden.

Op al die momenten heb ik vreemd genoeg geen traan gelaten en wist ik vooral te genieten.

 

Zodra ik beide rangonderscheidingstekens van het kledingstuk heb verwijderd gooi ik het overhemd met een boog op de stapel.
Blauwe overhemden met korte mouwen en blauwe met lange mouwen en dezelfde uitvoeringen in het spierwit.
Ooit met grote nauwkeurigheid gestreken.
Broeken, truien, stropdassen.

Ik heb nogal wat verzameld in die jaren. Als ik kijk naar de kleren die niet meer nodig zijn zie ik ook de kast waar ze uitkomen. Oké, de kledingkast opruimen is voor mij dus mijn persoonlijke afscheid van de brandweer met  wat tranen maar ook met de troostende armen van mijn vriendinnetje en met een lege kast. In die kast is ruimte voor nieuwe dingen.

Zo werkt het ook in mijn hoofd. Ik heb baat bij rust, regelmaat, een prikkelarme omgeving en vooral geen druk of deadlines. Met het afscheid van mijn werkkleding en nu definitief ook van de brandweer komt daar ruimte voor iets nieuws.

Dus, zoals ik al zei tegen collega’s, familie en vrienden:

Het is een afsluiting, een einde,  maar nog meer een nieuw begin.
Dus, DIT IS HET DAN!
En dit is goed.

 

Eén gedachte over “This is it

  1. Wow,
    Wat is het moeilijk te reageren op een stuk waarin gevoelens zo ontzettend tastbaar worden omschreven. Het enige dat mij dan rest is “wow”!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

?>
%d bloggers liken dit: