Archief van
Categorie: Blog 2018

Beloofd

Beloofd

 

Beloofd

Het is donker. Door de bomen zie ik het zwakke oranje schijnsel van een volle maan. De paar stroken vederwolken worden aan hun kant van de maan zacht oranje opgelicht. Ik wieg zachtjes heen en weer. Vanaf de schommelbank hoor ik het zachte gemompel van de buren. Op de leuning staat een koud flesje bier dat ik net van zijn dop heb ontdaan met behulp van mijn aansteker die ik daarna gebruik om een sigaret aan te steken. Slechte gewoontes voor een Parkinsonpatiënt. Het enige dat verder verlicht wordt is mijn gezicht door het het beeldscherm van de telefoon waar ik op type.
Mijn vriendinnetje is op stap. Ik gun het haar van harte. Plezier met een hele goede vriendin in de kroeg van vroeger. Ik kan er niks aan doen maar ik ben wel jaloers op haar. Gewoon de boel de boel laten en onder het genot van een aantal drankjes domme lol hebben, maar ook serieuze zaken delen. Dat gewone leven begin ik steeds meer te missen. Zowel het werk, als de zaken die daaruit voortkomen. Ik mis dat leven meer dan ooit.

Voor haar is er ook veel veranderd maar ze heeft het geluk dat ze de ziekte kan loslaten als ze weg is. Ik probeer het ook los te laten, maar mijnheer Parkinson is sterker en wil mij niet loslaten. Intussen heeft de lichtgele maan de bomen in hoogte overwonnen. In de open stukken hemel staat hier en daar een ster. Op dit moment kan ik me niet voorstellen dat liefde zo groot kan zijn dat ze mijn huidige onhebbelijkheden blijft weerstaan. Vanuit de koptelefoon die om mijn nek hangt hoor ik zachtjes “ you are my everything……”. Over een paar dagen zijn we dertien jaar getrouwd.

Van een collega kreeg ik een berichtje via de Whatsapp.

Hey jan hoe gaat het er mee? Beetje het werk verder van je af kunnen zetten en inmiddels wat meer rust en regelmaat in het overige kunnen krijgen?

Zoals zo vaak en tot irritatie van mijn vriendinnetje antwoord ik pas dagen later.

Hee vriend, gaat goed 😉. Het werk mis ik en rust en regelmaat is niet ons ding dus dat lukt nog niet zo. Housekeeping sucks…

Hey vriend het gaat kloten dus

Nee hoor, niet kloten.

En dat is de waarheid. Zo erg is het niet, ik geniet vooral van alles dat wel goed gaat en dat nog kan in dit leven. Toch zou het ook niet eerlijk zijn om te doen alsof er niks aan de hand is.
Voor buitenstaanders is het moeilijk voor te stellen dat ik voor de volle honderd procent ben afgekeurd. Ik kan en doe in fysiek opzicht alles nog en daar ben ik dankbaar voor. Echt! Maar het kan er uit zien alsof ik ook betaalde arbeid zou kunnen doen.
Mijn vriendinnetje weet wel waarom ik niet kan werken, maar zelfs zij kan het niet altijd begrijpen.
Mijn fysieke klachten worden met medicatie goed gemaskeerd.
De reden dat ik ben afgekeurd zijn mijn onzichtbare klachten en het bijkomende feit dat ik menselijkerwijs gezien fysiek steeds verder achteruit zal gaan. De laatste maanden van mijn werkzame leven maakte ik er achteraf gezien een potje van. Het lukte me niet meer om welke eenvoudige klus dan ook af te ronden. Gebrek aan concentratie en het focussen op datgene wat echt moet was precies wat ik miste. Hoewel ik verstandelijk weet dat iets gedaan moet worden zie ik altijd nog wel iets anders dat in mijn ogen belangrijker lijkt. Vreemd genoeg weet ik het dan wel maar kan ik me niet dwingen om af te maken waar ik mee bezig ben

“ Jan, doe normaal. Je weet het toch?” verzucht ik regelmatig hardop tegen mezelf.
En terwijl ik het zeg, leg ik datgene wat ik in handen heb daar neer waar ik sta, en begin tegen beter weten in aan iets anders. Bijna niks komt af en overal wordt het een puinhoop.
Ja, af en toe lukt het me wel hoor, maar vaker niet.
En leg dat maar eens uit. Van een brandweerofficier die bij grotere incidenten meerdere voertuigen en hun bemanningen aanstuurde ben ik geworden tot een man die voor sommige opdrachten zelf aangestuurd moet worden. En dat is niet erg maar voor iedereen wennen.
Hoe het werkt weet ik niet maar in bepaalde situaties ben ik als vanouds. Als anderen mij nodig hebben kan ik elk gesprek aan. Zowel mensen die hun gevoelens of problemen willen delen als meer zakelijke onderwerpen. Het voelt goed dan serieus te worden genomen en dat mijn advies op prijs wordt gesteld.
En dat maakt het nu juist zo ongrijpbaar.
Voor mij, maar vooral voor de mensen dicht om me heen.

Ik ben teleurgesteld in mezelf als mijn vrouw thuis komt en de huishouding is niet op orde. Diezelfde teleurstelling zie ik dan ook in haar ogen. Na een dag hard werken mag je ook meer van een huisman, die verder geen officiële verplichtingen heeft, verwachten.
En ondanks mijn bewustzijn van het probleem gaat het niet zoals het moet.

Als ik dit niet onder controle krijg wordt ik ook nog voor het huishouden afgekeurd. Op zich geen verkeerd idee, maar dat gaat me voorlopig niet gebeuren. Met wat hulp en hulpmiddelen, zoals een planning waarop staat wat voor mij deze dag de opdrachten zijn, kom ik er wel uit voorlopig.

Plotseling kijk ik op van de schommelbank in de tuin terwijl de muziek in de koptelefoon mij afsluit van de rest van de wereld. Ik zie dat het beneden in huis plotseling donker is geworden.
Dat betekent dat mijn ega terug is en blijkbaar beneden alle licht heeft uitgedaan in de veronderstelling dat ik in bed lig.
En tegelijkertijd besef ik dat  de deuren dan ook op slot zullen zijn.
Ik sta op en loop op blote voeten door het al vochtige gras richting de veranda waar de hitte van deze warme meidag nog onder hangt. Zoals ik al vermoedde, deur op slot.
Ik stuur haar een bericht via Whatsapp met de vraag of ik alsjeblieft binnen mag slapen.
In de omgekeerde volgorde van hoe de lampen in huis uitgingen, gaan ze nu weer aan.
Met het lampje van mijn telefoon schijn ik naar binnen zodat ze ziet waar ik sta.
Yess….ik mag naar binnen.
Het is soms moeilijk te bevatten,  maar ze blijft van mij houden en sluit me nooit echt buiten.

Vaak kan ik me niet voorstellen dat liefde zo groot kan zijn dat ze mijn huidige en toekomstige onhebbelijkheden blijft overtreffen.
Dat doet me denken aan die sterren die ik zag vanaf de schommelbank. Mijn vriendinnetje is zo’n ster. Ze heeft zoveel moed dat zelfs als ik mij laat buitensluiten ik door haar weer wordt binnengelaten.

Vandaag, 3 juni, zijn we dertien jaar getrouwd.
Dat is genoeg om dankbaar voor te zijn.

Dus ik sta hier, ik blijf dicht bij jou, ik schreeuw, ik zwijg, ik bid met jou. Tot het weer blauw wordt in de lucht en in je hoofd. Totdat de wind draait. En op een dag waaien we samen weer droog. En tot die tijd Sta ik hier naast je, beloofd. 

Lief vriendinnetje,  ik hou van je.

 

This is it

This is it

Hoofdbrandmeester.
Twee gouden balken en een gelijk gekleurde ster op de onderste balk

Er valt een traan onder die tweede balk. Moeizaam proberen mijn vingers het kleine knoopje door de gaatjes van het dubbelgevouwen epaulet op de linkerschouder van het witte overhemd te krijgen.
Vlak daaronder prijkt het rode logo van de meest gewaardeerde beroepsgroep in Nederland.

Zodra ik beide rangonderscheidingstekens van het kledingstuk heb verwijderd gooi ik het overhemd met een boog op de stapel.
Blauwe overhemden met korte mouwen en blauwe met lange mouwen en dezelfde uitvoeringen in het spierwit.
Dit is blijkbaar mijn echte afscheid, denk ik terwijl de truien, uniformbroeken en werkbroeken aan de alsmaar groeiende stapel worden toegevoegd.
Het jasje met ceremonieel koord laat ik nog even hangen.
Ik vis een paar werkbroeken met extra zakken op de zijkant van de benen weer uit de stapel met de gedachte dat die nog wel handig zijn voor de momenten dat ik wat aan het klussen ben.

Ik besef me plotseling dat dit de eerste tranen zijn die vloeien bij mijn afscheid van de collega’s en het vak waar ik zoveel in heb meegemaakt.
Als eerste afscheid heb ik op een feestavond voor de ruim tachtig vrijwilligers van mijn cluster een moment gekregen waarin er aandacht word besteed aan mijn vertrek.
Ook daar hadden tranen gepast, maar dan meer om de manier waarop.
Een voor mij onbekende Loco-Burgemeester spreekt mij, naar het lijkt, onvoorbereid toe.
De enkele zinnen die ze tot me richt staan niet in verhouding met de zesentwintig jaren die ik in dienst ben geweest.
De woorden die ze spreekt, vanaf papier en niet door haarzelf geschreven hadden op vele van mijn collega’s kunnen slaan. Ik neem de oorkonde en het beeldje van een brandweerman in ontvangst wetende dat ik ze ergens op ga bergen waar ik niet dagelijks kijk.  Over veertien dagen weet ik al niet meer waar ze gebleven zijn waarschijnlijk.
Niet omdat ik het niet waardeer maar, vooral omdat ik er geen waarde aan hecht
Vele andere aanwezigen maken me na afloop duidelijk wat ze van dit afscheid vinden. Ik ben het met ze eens en heb niet de behoefte gevoeld zelf nog de microfoon te pakken.

Dat is een paar weken later al anders bij mijn 25 collega’s uit het team vakbekwaamheid.
Ik heb voor de zekerheid een speech geschreven om te voorkomen dat ik uit de losse pols wat moet gaan zeggen.
Precies om vier uur open ik de deur van de vergaderruimte waar het team al een paar uur zit. Met mijn opmerking “er is nog niks veranderd, jullie vergaderen nog steeds te lang” breek ik het ijs van elkaar lang niet gezien en of gesproken te hebben.
Even later worden de hapjes en drankjes op tafel gezet.
Tien minuten later hoor ik iemand zachtjes vragen aan een van mijn betere collega’s: “Hoe laat begin je? Ik heb het nog druk en dus niet zoveel tijd meer.”
Ik besef me des te meer dat voor iedereen het leven gewoon doorgaat.
De een maakt meer tijd voor een afscheid vrij als de ander. En eerlijk is eerlijk, met de een had ik ook meer dan met de ander.
De hartverwarmende knuffels en de woorden en reacties die door een aantal worden gesproken wegen makkelijk op tegen het vertrek van de collega’s met tijdgebrek. Ooit maakte ik me ook zo druk om het werk…

Nadat ik ben toegesproken neem ik direct zelf het woord.
Mijn speech lees ik voor vanaf mijn telefoon en daardoor kan ik het gezicht van mijn directe collega niet zien als ik hem met naam en toenaam bedank.
Uit zijn reactie per app later is op te maken dat het op de juiste toon was.
Ik spreek daar onder andere de volgende woorden:

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
De laatste vier jaar met horten en stoten en aan het eind was ik echt niet meer zinnig bezig.
Ik wist dat het niet meer ging en de meest simpele dingen niet meer kon afronden.
Maar volhouden hè..

En dan is het echt gebeurd, huisman.
Maar je hoort mij niet klagen, ik ‘verdien’ met 75% uitkering  meer dan menig hardwerkende arbeider.
Bovendien zijn de laatste vier jaren mijn klachten vooral langzaam verergerd.
Na de diagnose zou ik voor de huidige stand van mijn klachten onmiddellijk getekend hebben.
Tussen de oren zit het letterlijk en figuurlijk niet helemaal goed, maar goed dat was vroeger ook al zo.
Bovendien zit er bij de meeste van jullie ook wel een steekje los dus zo bijzonder ben ik nou ook weer niet.

Voor jullie allemaal, doe wat mij vaak wordt aangeraden.
Geniet!
Voor je het weet heb je wat onder de leden.
Ik probeer dat zoveel mogelijk te doen maar, doen jullie dat vooral ook!
Werk is maar werk, het gaat allemaal gewoon door, ook als je er niet bent.
Zonder mij is de brandweer ook gewoon uitgerukt en is de vakbekwaamheid verder bevorderd of op peil gebleven.

Na de overhandiging van een bos bloemen en een cheque spreek ik nog wat mensen,  schud wat handjes en vertrek om vijf uur als laatste.

Precies een week later staat mijn derde en echte afscheid gepland, met collega’s die ik zelf heb uitgenodigd. Hieronder staat een deel van de tekst in de kaart dat aangeeft hoe ik mijn afscheid emotioneel wil vormgeven.

Beste collega,
Op bovengenoemde datum zou ik graag op een feestelijke wijze het leven vieren waarin nog zoveel te genieten is.
Tegelijkertijd kunnen we die avond ook even aandacht besteden aan het feit dat ik vanaf 19 maart niet meer werk bij de Veiligheids Regio Groningen.

In die week twijfel ik over mijn speech en pas hem aan zodat voor iedereen duidelijk is welke boodschap ik ze mee wil geven.

 

Het is april en 28 graden Celsius. Vlak voordat de barbecue in de tuin van het etablissement in een van de kleine Drentse dorpjes begint is er de gelegenheid om nog even wat te zeggen. Mijn directe collega heeft een persoonlijke en mooi verhaal voorbereid en spreekt me vlak voordat de kok begint met het bereiden van het vlees toe. Het raakt me dat juist hij, een collega waar ik nog maar vier jaar mee werk, spreekt. Mooi om te zien dat sommige collega’s gewoon vrienden zijn geworden.

Als hij klaar is pak ik net als een week eerder mijn telefoon en lees onder andere het volgende voor.

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
De laatste vier jaar met horten en stoten.
In de laatste maanden was ik niet meer zinnig bezig.
Ik wist dat het niet meer ging en de meest simpele dingen niet meer kon afronden.
Maar toch volhouden he..’

Zo begon ik vorige week donderdag mijn speech bij de collega’s van vakbekwaamheid.
In de afgelopen week begon ik te twijfelen of de eerste zin wel klopte.

Dat was het dan?

Ja, deels klopt het.
Dat was het dan voor mij, voor dat deel van mijn leven wat de brandweer betreft.
Maar om mijn situatie even te relativeren;
Tijdens inzetten heb ik zoveel ellende gezien dat ik er tot nu toe in dit leven niet eens in de buurt kom.
Van mensen die al langere tijd in eenzaamheid leefden en waarvan pas na enkele dagen werd ontdekt dat ze in die zelfde eenzaamheid waren overleden,
tot slachtoffers die je onder je handen voelde weg glijden wat je ook probeerde.

De jongen die de naam van zijn vriend bleef schreeuwen omdat hij aan de hand die hij vasthield voelde dat hij zo een vriend minder zou hebben. Eh hij had het goed gevoeld.

Of de ouders die huilend en schreeuwend aan kwamen rennen omdat het ontzielde lichaam van hun zoon in die auto zat.

De onherkenbare verkoolde lichamen na woningbranden die ondanks het feit dat ze niet meer herkenbaar waren toch ook familie hadden.

Het slachtoffer dat ik samen met een collega levend uit een brandend huis haalde maar die een dag later toch overleed.

De vele water slachtoffers die in hun wanhoop zelf hadden gekozen voor de dood. En de verdrietige maar opgeluchte familie als het slachtoffer aan een van onze dreghaken boven water kwam.

Een F16 piloot en de ULV vlieger die juist zwaaiend boven zijn familie was langs gevlogen en niet kon weten dat het zijn laatste groet was en hij even later verspreid zou worden over de bossen en weilanden nabij Sellingen.

Hoewel ik geen dagboek of iets dergelijks heb bijgehouden van mijn carrière op de uitrukdienst kan ik, als ik mij de inzetten probeer te herinneren, het aantal dodelijke slachtoffers in enkele minuten niet meer op 8 handen tellen. Als ik mijn best doe passeer ik vast de 100 wel.

Voor al deze slachtoffers kan met recht over dit aardse leven worden gezegd ‘Dat was het dan”.

En ik?
Ik sta hier met jullie en ‘Vier het leven!’.
Natuurlijk, het is niet voor niks dat ik toegesproken wordt en zelf nu ook even aan het woord ben.
Ik heb Parkinson, en dat is kloten.
Maar bovendat heb ik vooral een mooi leven met familie, vrienden en goede collega’s.
En dus, zoals ik in mijn mail verwoorde aan alle collega’s:
Het gaat goed, ECHT het gaat goed!

Dat was het dan.
26 jaar vrijwilliger en 17 jaar in vaste dienst.
Ja, deels klopt het maar niet voor mijn hele leven.
Het is een afsluiting, een einde,  maar nog meer een nieuw begin.
Dus, DIT IS HET DAN!
En dit is goed.

Verder maak ik gebruik om een enkele collega extra te bedanken en om mijn teamleidster die vooral als mens met me omging te laten merken hoe blij ik met haar als leidinggevende was. Dat mijn woorden doel treffen zie ik aan de tranen die in haar ogen verschijnen.

Na het afscheid van mijn collega’s en hebben we nog een ‘Vier het leven’ en ‘Dankjewel dat je er voor ons was’ feestje voor familie en vrienden.

Op al die momenten heb ik vreemd genoeg geen traan gelaten en wist ik vooral te genieten.

 

Zodra ik beide rangonderscheidingstekens van het kledingstuk heb verwijderd gooi ik het overhemd met een boog op de stapel.
Blauwe overhemden met korte mouwen en blauwe met lange mouwen en dezelfde uitvoeringen in het spierwit.
Ooit met grote nauwkeurigheid gestreken.
Broeken, truien, stropdassen.

Ik heb nogal wat verzameld in die jaren. Als ik kijk naar de kleren die niet meer nodig zijn zie ik ook de kast waar ze uitkomen. Oké, de kledingkast opruimen is voor mij dus mijn persoonlijke afscheid van de brandweer met  wat tranen maar ook met de troostende armen van mijn vriendinnetje en met een lege kast. In die kast is ruimte voor nieuwe dingen.

Zo werkt het ook in mijn hoofd. Ik heb baat bij rust, regelmaat, een prikkelarme omgeving en vooral geen druk of deadlines. Met het afscheid van mijn werkkleding en nu definitief ook van de brandweer komt daar ruimte voor iets nieuws.

Dus, zoals ik al zei tegen collega’s, familie en vrienden:

Het is een afsluiting, een einde,  maar nog meer een nieuw begin.
Dus, DIT IS HET DAN!
En dit is goed.

 

Adieu

Adieu

 

Kipfilet voor vandaag. Gehakt voor morgen.
Groente, champignons, sinaasappels, bananen,…

Mijn telefoon trilt in mijn dikke winterjas.
Buiten schijnt de zon maar ondanks dat is het koud.
Zacht hoor ik ook de ringtone door de dikke voering naar buiten komen.
De beller is een volhouder, het duurt namelijk even voor ik de telefoon in handen heb.
Privénummer.
In de gele omgeving van de supermarkt kan ik op het scherm kiezen tussen een rood en een groen hoorntje.
Een ongelukkige plaats om te bellen maar privénummers zijn bij mij vaak artsen of ziekenhuizen.
Terwijl ik tegen de blauwe druiven leun schuif ik het groene hoorntje naar rechts, beantwoorden.
Ik noem mijn naam.
Een stem die qua geluid lijkt te horen bij een vriendelijke grijzende man die tegen de zestig loopt stelt zich voor als de arbeidsdeskundige van het UWV.
Hij vraagt niet of hij gelegen belt maar begint direct zijn gesprek terwijl ik doorschuif naar de oranje mandarijnen omdat iemand bij de druiven moet.
Ik weet waarvoor hij belt maar hij stelt mijn geduld op de proef door eerst uitleg te geven en diverse vragen te stellen om te bepalen of ik de consequenties kan overzien van de uitspraak die hij gaat doen.
Ik ben goed op de hoogte en probeer hem dat door mijn antwoorden duidelijk te maken.
Terwijl ik intussen bij de kiwi’s sta, me niet bewust van de andere klanten, komt hij met zijn besluit.
“Normaal moet je eerst twee jaar in de ziektewet zitten voor je een aanvraag kunt doen. Jij hebt binnen een jaar ziektewet een vervroegde aanvraag gedaan. Je moet aan twee voorwaarden voldoen om vanuit de IVA een uitkering te ontvangen. Je moet voor meer dan 80% geen arbeid meer kunnen verrichten en er moet geen kans, of een zeer kleine kans, op verbetering zijn. Ik heb het verslag van de arts gelezen en het rapport van de andere arbeidsdeskundige. Mijn mening is dat je aan beide voorwaarden voldoet en dus in aanmerking komt voor de IVA.”

Even later loop ik langs het koffiehoekje dat onlangs is verplaatst naar het midden van de winkel. Het is geen gezellige plek in de hoek van de winkel meer waar je nog de hele dag een beetje verscholen gratis kon bij tappen.
Ik kijk even en bedenk dat ik vanaf nu ook voldoende tijd heb om daar en plein public tijdloos een gratis bakkie te drinken. Maar zo in het midden van de winkel… ik bedenk me nog even.

Dubbel en confronterend zijn de meest gebruikte woorden de laatste week als het hier over gaat.
Tegelijkertijd moet ik denken aan de kaart die we net hebben verstuurd aan een collega brandweerman in de provincie Zeeland. Afgelopen week is hij verhuisd naar een hospice. Enkele jaren geleden werd ik geattendeerd op zijn blog.
Na wat contact was hij degene die me het extra zetje gaf om mijn verhalen te publiceren.
We weten beide dat er meer tijd komt na dit aardse bestaan en toch doet elk afscheid pijn.

Binnenkort wordt het een afscheid van mijn collega’s en zoals het nu lijkt over een tijdje ook voorlopig van hem.

Ora pro nobis
Ora, ora pro nobis peccatoribus
Nunc et in hora mortis
Et in hora mortis nostrae

Als je zijn inspirerende blog’s wil lezen, hij is te volgen op Facebook
en zijn blogpagina Hoi Edwin

?>